Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GYMNASIUM.

Willem's hart popelt. Zwijgend gaan Guus en hij door, totdat ze een zijstraat kunnen inslaan en daar maakt Willem het briefje open.

Guus is evenzeer in spanning als Willem zelf. Er staat maar één woord op het briefje, maar dit ééne woord maakt de jongens dol gelukkig. Op het velletje, afgescheurd uit een schoolschrift, staat met potlood: Oui.

„Het is het ja-woord," zegt Guus. „Kerel, wel gefeliciteerd."

Maar Willem, hoezeer zijn hart zwelt van trots, wordt door angst beklemd: hij weet eigenlijk niet goed, wat hij met dit jawoord moet doen. De gevolgen van zijn daad zijn zoo ingrijpend; de gedachte er aan overweldigt hem en maakt hem bevreesd.

Nu besteden ze heel de wandeling, 's middags en 's avonds, om den inhoud van het briefje te bespreken. Ze hebben afschrift van Willem's brief gehouden, ofschoon dit onnoodig was, want ze kennen het gewichtige stuk uit hun hoofd. Het zwaartepunt van hun overwegingen valt op de termen „chère" en „votre". Lize heeft met haar „oui" zich deze aanspraak laten welgevallen; zij keurt het dus goed, dat Willem haar liefheeft en bekrachtigt met haar „oui" dat hij van haar is. Dit is duidelijk; anders had ze in het „chère" en het ,votre" een beleediging gevonden en op een zoo hartstochtelijk gesteld briefje niet geantwoord. Lize „is" dus met Willem en Willem met Lize.

Willem is opgewonden van vreugde en trots. Hij krijgt 's middags aan 't eten de maximum-boete van vier cent en zijn uitbundig gedrag werkt zoo aanstekelijk, dat er oproer ontstaat en de penningmeester al de boeten haast niet kan bijhouden, die de tafel directeur oplegt. Michiel is slap van het lachen en slaat zich van pret hoofdschuddend met de handen op de knie. Als Daisy de karnemelksche pap binnenbrengt, gaan ze met elkaar een rondedans om haar heen houden; nauwelijks heeft ze tijd den schotel uit den weg te zetten, voordat ze omrolt van 't lachen. Zelfs de Kapitein, die tafel directeur is, vergeet zich, en

Sluiten