Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GYMNASIUM.

als dokter gebruikt heeft. Het is daar op zolder net een museum, er hangen oude familieportretten in vergulde lijst; er staat de wieg, waarin Pa en Tante gelegen hebben toen ze klein waren; er zijn kasten met vreemde oude omslagdoeken en vreemde oude hoedjes. Er zijn zeldzame munten en kunstig besneden olifantstanden, die Oom Leonard uit Indië heeft meegebracht. Wapenen en urnen, die ze in de terp hebben gevonden; het model van Oom Leonard's schip onder glas; een kast met oud porcelein. Maar het mooiste zijn toch de boeken.

Op warme zomerdagen kruipen de jongens in het smoorheete hokje op zolder, waarin de boeken staan. Ze halen ze één voor één uit de kast en gaan er in lezen. De duffe lucht van het bibliotheek-kamertje hindert hen niet. Integendeel, deze hoort er bij, en daarom nemen ze de boeken en oude schrifturen ook niet mee naar beneden, waar ze hun eigenaardige aantrekkelijkheid zouden verliezen.

Niek, die nu ook op het gymnasium is gekomen, verdiept zich graag in de oude reisbeschrijvingen, maar Willem leest veel in Streckfusz' Geschiedenis der Wereld. Ook boeit hem de historie van Friesland, en als hij met Niek, tusschen het lezen in, de terp omwandelt, verbeeldt hij zich, wat er op deze terp is gebeurd, toen er de oude stins nog stond en het beroemde klooster. Ze steken hun zakmes in de terpaarde en wroeten in den grond, of ze nog een voorwerp of een beentje kunnen vinden, dat aan den abt of een zijner monniken heeft toebehoord.

Het moet toen een mooie tijd zijn geweest en het is, of er nog iets van dezen tijd is blijven hangen rondom het oude huis van Grootvader, Als ze 's avonds bij Tante in de kamer zitten schemeren, en de groote Friesche staklok in het voorhuis begint haar liedje te tjingelen, worden de jongens vredig en plechtig gestemd. De familieportretten kijken hen aan met hun bedaarde oogen in het ingetogen gelaat. Tante zit te breien en vertelt met zachte, eentonige stem. Niek gaapt; de jongens krijgen een onbedwingbaren slaap en verlangen naar het ledikant met den grooten, groenen hemel.

Maar plotseling worden ze uit hun vredige stemming op-

Sluiten