Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOTANICUS PRO FORMA.

moeten beginnen?" vroeg Karei zich af. Bovendien was hij zoo verlangend te weten, hoe Rosalie het maakte.

,,En mijnheer Schot, hebt u beiden 'n goede nachtrust gehad?" vroeg hij schuchter.

„O, buitengewoon, buitengewoon," was hierop 't antwoord.

„Nu, ik moet u zeggen, dat de dag van gisteren voor mij 'n onvergetelijke dag is geworden" — vleide Karei.

„Ach kom, dan hebt u blijkbaar nog niet veel meegemaakt."

„Integendeel, mijnheer Schot, ik heb zelfs zeer veel meegemaakt, maar zoo iets betooverends als gisterenavond, zóó iets heerl....

„Zeg, wat zegt u van deze kiosk". — Schot bleef er voor stilstaan. — „Nu kunt u deze eens op je gemak bekijken, goed geplaatst hé en zoo midden op de markt — viel Schot sarrend in de rede.

Karei schrok van deze laatste opmerking. Zou dat gejudas opnieuw beginnen, — dacht ie. Hij begreep er anders niets van.

Ze wandelden verder.

„Hier komen we in de Brugstraat", ging Schot voort; dit is 'n straat zooals in Den Haag de Spuistraat, dat wil zeggen wel niet zoo druk, maar men treft er iederen middag 'n zelfde soort menschen aan. U moet vanmiddag maar eens gaan kijken, dan kunt u ze heen en weer zien flaneeren, zoo'n stelletje fatten, verwaande kwasten en nietsdoeners."

't Drong bij Karei nog niet door, dat 't weer op hem gemunt was.

Langzamerhand naderden zij de soos „De Vergulde Ooievaar".

„Dit is nu de beroemde soos." Schot ging midden op straat staan en Karei volgde zijn voorbeeld.

„Van die soos ben ik president. We hebben verschillende leden, dat begrijp je en ook verscheidene clubjes. Om nu voor lid in aanmerking te komen, moet men geïntroduceerd worden, dus zorgt u vanmiddag klokslag half vier bij me te zijn, begrijp je."

Alweer 'n hatelijkheid aan 't adres van Karei. „A propos, nu moet u mij ook eens vertellen, ruik je den stal nu nóg

Sluiten