Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BRIEF VAN VADER.

„Moet de Freule daar nou zoo om huilen en lach....? Ik vind het ook niet pleizierig, vooral niet op mijn uitgaansdag.... Maar 't is toch een braaf mensch, ziet u; theegeschiedenissen zijn altijd braaf...." En met klem zegt ze : „Piet is een braaf mensch !" en gaat de deur uit.

Jean Louis streelt de lokken van Sonna; hij kijkt in haar betraande oogen.

„Wat is dat, kindje, traantjes van geluk ? Kom, laat me je eens bewonderen. Je ziet er uit om te stelen. En wat ben je zalig geparfumeerd, maar wel een klein beetje te veel. Je moet Mathilde zeggen, dat ze je dezen keer wel wat sterk besprenkeld heeft; je bedwelmt me."

Hij neemt den brief uit haar hand.

„Kijk, moest mijn brief ook al gevioletteerd worden? Dwaas kindje...."

Hij strijkt het papier glad, kijkt naar het vreemde handschrift.

Sonna wil hem den brief afnemen, maar Jean Louis kijkt in haar angstig gezichtje, en dan vraagt hij Sonna heel ernstig :

„Mag ik hem lezen ?"

„Liever niet, nu liever niet, ik smeek je. ..." „Goed, dan niet...."

Een schaduw trekt over zijn gezicht. Hij vouwt den brief toe, en overhandigt hem aan Sonna, die diep bedroefd den brief tegen haar borst drukt.

Met een diep bewogen stem zegt ze :

„Arme, lieve, lieve papa; lief, lief vadertje, wat moet je geleden hebben."

„Toe Sonna, laat mij hem lezen, ik weet alles, je kunt hem mij gerust toevertrouwen." Hij kijkt op zijn horloge. „We hebben nog een poosje tijd." Hij gaat naar de sofa, schikt de kussens.... „Kom hier, kindje, we zullen hem samen lezen, of wil ik hem hardop voorlezen ?"

Sonna vleit zich in de kussens.

Met zijn eenen arm om haar middel geslagen, leest Jean Louis den brief voor, dien James Quarles uit zijn cel in

Sluiten