Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BEDROGENE.

te overhandigen. De oude man hield zijn pet in de hand, zijne witte haren wuifden in den wind en er was een vreemde, onbegrijpelijke blik in zijne oogen, die mij wonderlijk ontroerde. Begreep, kende hij mij, doorzag hij mij dit oogenblik en wilde met zijne stomme oogentaai mij beschermen en waarschuwen tegelijk voor het leven, waarmede geen evenmensen mij bond?

De scholieren zagen ons nog steeds nieuwsgierig aan, doch de koude, strenge blik van den ouden man deed hen hunne hoofden afwenden. Ik had een oogenblik een eensklaps en hevig opwellende behoefte, de hand van den ouden man te grijpen, heen te gaan, weg te vluchten van deze anderen en voor het leven, dat mij in eenzaamheid ommuurd had en tot een vreemdeling gemaakt. Er gingen in dit werkelijk zeer belangrijke oogenblik van mijn leven vele andere gedachten ook door mijn hoofd. Ik zag de anderen daar, zooals ik hen later leerde kennen, als zoons van kooplieden, ambtenaren, kleine burgers en winkeliers, ik zag hen anders gekleed, anders van houding, gezicht en manieren, zij droegen zelve hunne boeken, en mijn kleine wensch, menschen te ontmoeten, zooals ik hen en zij mij het eerst zouden kunnen liefhebben als kinderen van mijn leeftijd, had mij terstond in aanraking gebracht met eene geheel andere, mij nog vreemd gebleven groep van medemenschen. Zonder hen nog te kennen, overlegde ik reeds, mij hunne verbazing pogende te verklaren, den volgenden dag alleen te komen en zelve mijne boeken in het vervolg te zullen dragen.

De deuren van het gebouw werden nu geopend en onder luid geloei en geschreeuw stormde de bende naar binnen.

Mijne indrukken en gevoelens weêr te geven van dezen eersten dag, in dit nieuwe, onbekende leven, dat mij nieuw en frisch ombruiste, is mij onmogelijk. Het was als werd mijne kleine, eenzame ziel heen-en-weêr geslingerd op de golven der wenschen en gedachten eener jonge, onbekende menschheid. Toen ik eindelijk het lokaal verliet, voelde ik mij vernederd en ingewijd door het leven tegelijk. Buiten wachtte onze knecht en in deze enkele uren was mij zijne

Sluiten