Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEVEN AAN EEN VLIEGENIER.

ven. Morgen ben jij hier, jij, die een tijdlang zoo vast in mijn leven stond, dat ik dacht, ,,dat gaat nooit weg", jij zal weer hier zijn. Ik zal je zien en je stem hooren met die bekende diepe klank, die me weer opnieuw ontroeren zal als vroeger. Ik weet nu niet of ik lachen of huilen moet, ik weet alleen dat ik mij zalig en veilig en tegelijk ellendig voel.

Jouw armen waren mijn veilig thuis en aan jouw hart: legde ik dikwijls mijn hoofd, dan vloeide alle moeheid, alletreurigheid uit me weg en het was enkel stilheid.

Je eigen

BETTIE.

26 November Brief van Bettie's vriendin Lydi aan haar moeder.

Lieve moeder. Eens heb ik u geschreven over mijn vriendin, Bettie Johns, ik vertelde u in dien brief alles van haar leven. U schreef me, dat ik er niet naar moest luisteren en haar niet helpen als die man weer kwam.

Moeder wees niet boos, ik moést haar wel helpen, ik kon niet anders. Het is zoo'n arm, ongelukkig vrouwtje en ze ziet er zoo verloren en hulpeloos uit, dat ik niet anders kan.

Ik zal u alles vertellen, hoe het gegaan is.

U weet wel, dat hier een congres gehouden wordt voor de luchtvaarders. Nu dan, Bettie's minnaar is een beroemde vliegenier en dus zou hij ook hier komen.

Bettie smeekte mij, voor haar te informeeren in welk hotel hij zou logeeren en wanneer hij komen zou. Op mijn vrijen avond ging ik dus naar de Knuttels, u weet wel kapitein Knuttel is ook vliegenier. (Even zeggen, dat u de allerhartelijkste groeten hebt van mevrouw Knuttel.)

Ze ontvingen mij erg aardig en we praatten gezellig. Toen informeerde ik zoo langs mijn neus weg: „Hoe heet ook weer die knappe vliegenier, jullie weten wel wien ik meen?"

Sluiten