Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK DER DICHTKUNST.

„Varende over zonverlaten waatren met wind als bondgenoot en tegenstander, dronken kompanen vechtend in 't vooronder, blijft hij zijn spotlach naar de sterren schaatren.

Wrikkend het roer ten as der steilste stormen weet hij hun reizend middelpunt te treffen, voortklimmend langs den smallen kam der golven, die 't koper van de kiel ten hemel heffen."

„De laatste Viking" is een werkstuk zooals onze jonge dichtkunst deze maar al te weinig bezit, een gedicht dat een gansche geloofs-belijdenis omschrijft en waarin toch niet ontbreekt de kracht die elk woord zijn diepe beteekenis, eiken zin zijn heiligen adem geeft.

Maar er is aan dit opmerkelijk en veelzijdig dichterschap een kant die mij welhaast nog liever is, die in „De Verliefde Betonwerker" slechts éénmaal tot uiting kon komen („Bloed en Zand"), maar welke in later werk, gepubliceerd in tijdschriften, overtuigend naar voren treedt : den Doolaard kan een ballade schrijven. Dan wint zijn stem een volle en genegen teederheid, dan bloeien plotseling regels open, zwaar van verlangen, diepzinnig van eenvoud, stroomend op den stroom van een onuitsprekelijk heimwee. Ik geloof niet, dat een onzer jongere dichters een zoo onvoorwaardelijk prachtig, helder gedicht heeft geschreven als „De ballade van den Onbekenden Soldaat" (Vrije Bladen, afl. V, 1927), een gedicht dat wederom den weg wijst terug van alle verliteratuurde poëzie naar het lied dat, tegelijkertijd eenvoudig en diep van zin, de harten vermag te doen luisteren, een gedicht, dat, doordrenkt van een geheimzinnige kracht, zelfs water uit de rotsen zal laten vloeien.

Ik veroorloof mij het slot van deze ballade hier af te schrijven :

,,'k Stond in 't laatste gelid van het legioen en nu vooraan, alleen, met de zon. En de laatste patroon uit den gordelband ploft tusschen dooden dof in het zand. Wie geeft m ij n lippen den stervenszoen ? Vechtend vergat ik vrouw, en woon

Sluiten