Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SALOME.

„Toean, toean dirèktor mintah datang." *)

„Je mot bij den baas kommen," vertaalde Lismans, en met een „Ja, baik2) zeg," zond hij den „oppas" weg.

Jan Vrijling liep de gang over naar de kamer aan de andere zijde van het gebouw, waar de „oppas" de deur reeds open hield.

Daar troonde achter zijn bureau-ministre de heer Herman Pellentijn, eenig directeur van het Indisch Exploitatie Concern, genaamd „Inexco".

De heer Pellentijn bood zijn nieuwen employé een stoel en zelfs een sigaret aan. De heer Pellentijn was op dat oogenblik de beminnelijkheid zelve ; de heer Pellentijn had juist een telefoongesprek met Semarang gehad, dat voor zijn maatschappij een winst van een kwart ton, en voor hem privé bovendien een zoet winstje van vijfduizend gulden beteekende.

Als alle menschen, die het niet noodig hebben, was de heer Pellentijn gek op „zoete winstjes". Herman Pellentijn was een dertigtal jaren geleden reeds in Indië gekomen, in een positie, waar hij zelf nooit meer over sprak. Andere menschen, tenminste die, welke met meer of minder reden een hekel aan den heer Pellentijn hadden, zeiden dat hij als koloniaal in Indië was gekomen, maar men moet lang niet alles gelooven wat de menschen in Indië zeggen, en bovendien, wat doet het er toe ? De directeur der „Inexco", zooals hij daar nu aan zijn bureau-ministre zat, was een welwillende en blozende grijsaard, eerder klein dan groot, met een goedig gezicht, waarin de felle grijze oogen ietwat vreemd contrasteerden. Die oogen waren niet gemoedelijk. Het waren begeerige oogen, oogen die gewoon waren met cijfers te werken, oogen die zoo scherp keken, dat ze al door menigen stapel van papier heen op den bodem van andere zaken hadden gekeken. De heer Pellentijn had, het is beter om het maar ineens te zeggen, al menigeen in Indië op de een of andere wijze den nek omgedraaid, en

*) „Meneer, de directeur vraagt of u wilt komen." =) goed.

Sluiten