Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SALOME.

„Waarom zou ik niet, als ik je daar een genoegen mee doe, Annie."

Hij was nauwelijks uitgesproken, of zij had haar arm om zijn hals geslagen, en zij bracht haar gloeiend gezichtje heel dicht bij het zijne. Maar de gloed sloeg niet over. Hij duwde haar zacht en toch heel sterk van zich af, en riep den huisjongen :

„Ik zal Tom laten roepen," zei hij tot haar, „die is boven."

Zij was wit geworden, en terwijl zij een haarlok naar achteren streek, fluisterde ze :

„Waarom doe je zoo.... ?"

„Omdat ik niet anders wil," antwoordde hij kalm.

Den volgenden morgen zat de heer Pellentijn met een gramstorig gezicht te ontbijten. Er waren de laatste maand verschillende dingen hem tegengeloopen en dat kon hij niet verdragen.

Zelfs toen de „Poes" in een allerliefsten zijden kimono uit haar kamer kwam om eigenhandig thee voor „den Piepert" te zetten, verhelderde zijn gezicht nauwelijks. En toen zij hem over zijn voorhoofd aaide, barstte hij direct los met alle zakelijke zorgen, die hem hinderden. Want zoo weinig als hij met zijn vrouw kon bespreken, zoo veel waarde hechtte hij aan de meeningen van Annie.

„Annie," placht hij te zeggen, „dat is een absolute zakenvrouw. Als je die haar gang liet gaan, dan stond ze binnen een paar jaar aan het hoofd van een van de grootste bedrijven van Indië. En een geluk dat de Poes heeft. Echte tangan dingin. Zoolang ik haar heb, doe ik nooit iets zonder haar eerst te vragen wat zij er van denkt, hè Poes ?"

Poes knikte dan ; die vond de aan afgoderij grenzende vereering van den ouden heer wel leuk.

„Zie je Poes, dat is het nou met zoo'n plaats als Poeloe Ketjil. Je voelt dat er iemand van den staf heen moet, en je weet niet wie."

„Ik zou direct weten wie," zei Annie met overtuiging.

„Wie dan?"

Het jonge meisje ging op de leuning van Pellentijn's

Sluiten