Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SALOME.

de post van Poeloe Ketjil. Er was weer een gunstig veertiendaagsch rapport bij, maar :

„Neen. nee, niet dat ! „Daar, dat andere moet je lezen, verdomme."

Dat „andere" was een met potlood geschreven briefje van den Chineeschen boekhouder, waar nog al potsierlijke dingen in stonden, half Hollandsch, half Maleisch. Maar de hoofdzaak was toch wel te begrijpen : de toean Vrijling was dien avond na het sluiten van het rapport zeker in zijn kleine bootje in de baai gaan varen, en niemand had meer iets van hem gezien. De toean Vrijling was de laatste maanden al dikwijls „sedikit gila" *) geweest, maar hij, de Chinees, had daar nooit over durven schrijven,

„Eerbiedig uw constructies wachtend," stond er onderaan, maar Lismans noch Dekanter lachte.

De Strijd was uit. Het is zoo eenvoudig; het is zoo oud als de wereld oud is, en het zal duren zoolang als de wereld duurt....

Weer zijn een paar maanden voorbij gegaan. De directie van de „Inexco" heeft ingezien, dat de Chineesche boekhouder, voorloopig althans, het bedrijf op Poeloe Ketjil wel kan leiden.

Op het kantoor van de Kali Besar, in de kamer bij Mr. Dekanter en den dikken Lismans, zit een vroolijke jonge man, uit Holland geïmporteerd, die de modernste dansen danst, en die nog sterker in bridgen is dan in zijn handelswetenschappen. Hij is vijf-en-twintig, en van hem kan men dus nooit zeggen „dat dertig jaar al een beetje te oud is om nog voor de eerste maal naar Indië te gaan."

Het is nu half zeven in den avond, en in de voorgalerij van hun „mess" ligt Mr. Dekanter op een luien stoel, slurpt thee, knabbelt een koekje, en bladert in de Hollandsche vertaling, door niemand minder dan Dokter Boutens, van Wilde's „Salome", want Mr. Dekanter is dit tenminste met den dikken Lismans eens, dat men zich niet moet vermoeien

*) „een beetje gek".

Sluiten