Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HUT GYMNASIUM.

1095

En zoo ging het een paar coupletten door. Ze adresseeren het vers aan den weesvader en stoppen het bij hem in de bus, zich vermakend met allerlei veronderstellingen, wat hij met dit voor hem onbegrijpelijk Latijn zal uitvoeren.

Uit eigen beweging gaan de jongens bij Guus op de kamer de Carmina van ■ Quintus Horatius Flaccus en de Amores van Publius Ovidius Naso lezen en ze vertalen de heele Ars amatoria, om de daarin gegeven wenken omtrent de kunst van het beminnen op hun eigen krijgsbedrijf toe te passen. Inmiddels sukkelt Willem erg met zijn Latijnsche thema's; de Jood overstelpt hem met noten en dreigt hem onvoldoende te zullen geven.

Tegen het Paaschrapport vraagt de Jood hem na schooltijd even te blijven. Hij spreekt over den Nuntius, waarin Willem, naar hij gehoord heeft, stukjes schrijft. En nu zou Willem de jongens, die met Latijn sukkelen, kunnen helpen door hen opmerkzaam te maken op een boekje, dat de Jood heeft tezamengesteld. De Jood heeft een exemplaar meegenomen; Willem moet het eerst zelf maar eens gaan gebruiken, dan kan hij door ijverige studie misschien voor 't volgend rapport zijn Latijn nog mooi ophalen.

De Jood is nu een tijd vriendelijk tegen Willem en bij 't volgend rapport is hij van nummer 12 op nummer 7 gekomen en de dreigende kans op her-examen is dus voorbij. Het is een heele geschiedenis geweest met die cijfers. Want de jongens waren er al lang achter, dat de Jood zoo maar lukraak en naardat zijn humeur was, met noten smeet. Op een goeden morgen heeft Guus, die op de bank vooraan zit, het aantekenboekje van de Jood weten te bemachtigen, zonder dat deze het bemerkt; hij heeft dit doorgegeven en Willem, die op de achterste bank zit, heeft het in de kachel gestopt. En 't mooiste is, dat de Jood het heelemaal niet heeft gemist; hij had den volgenden ochtend een nieuw aanteekenboekj e bij Foppe gekocht en bracht daarin zijn zoekgeraakte noten maar op den gis over. De jongens beraadslagen, of ze den Rector er in zullen mengen, maar dan komt meteen uit, dat ze het oude aanteekenboekje hebben verbrand; daarom zullen ze het maar op zijn be-

Sluiten