Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1106

DE BEDROGENE.

op mijne verlatenheid gelijk laatste zons-ondergangs^gloed op de weemoedige stilte van een eenzaam landschap.

Men moest haar echter vooral zien zonder hoed met de wild-warrende haren wijd-krullend om haar hoofd, die zij dan met eene tegelijk trotsche en achtelooze beweging terugwierp in den nek. Wanneer men haar zag met de kleine, bewegelijke vingers, waarop vaak een inktspat smeurde, de penhouder in de hand, boeken en schriften breed voor haar uitgestald, en zij zelve als eene weerbarstige gevangene in de armelijk kale bank geklemd, dan voelde men eene wonderlijk warme ontroering naar de keel en tintelend in de handen dringen. Zij voelde het intuïtief wanneer men naar haar zag, en zonder op te kijken reageerde zij met het stille spel harer kokette, komediante-achtige bewegingen.

Zoo herinner ik mij vooral een zomernamiddag. Het was warm, buiten scheen de zon de aarde te broeien en te stoven, en deze warme, milde zomerdamp steeg ons zoo overweldigend en benevelend naar het hoofd, dat wij, vreemd verdroomd, onze les vergaten. Men hoorde telkens de stem van een jongen, die een antwoord gaf, zij klonk hoog en hel, onwerkelijk, en van buiten scheen eene vreemde, onhoorbare muziek binnen te dringen, die deze geluiden in zich opnam, zoodat wij, onoplettend, in het geheel niets meer verstonden. Wij hadden een les in de Duitsche letterkunde. De ons voor dit vak toegewezen leeraar was een oude man met een deels kalen, bruinglimmenden schedel, lange, grauwkrullende haarslierten aan de slapen en in den nek, die een wijde, platgestreken boord droeg, en voortdurend uit zijn linkermondhoek den zever over zijn ruiggeschoren kin en vetgeworden vest deed druipen. Deze man, die nooit in zijn leven van het Nibelungenlied scheen gehoord te hebben, daar hij hierover tenminste nimmer sprak, scheen het inmiddels wel voor noodzakelijk te houden ons meerdere malen Heine's Grenadiere weenende voor te dragen. Hij sprak steeds langzamer en voortdurend onverstaanbaarder, tot hij eindelijk werkelijk begon te schreien — een door allen met hevige spanning verwacht oogenblik — en op het laatst zijne stem geheel in tranen verstikte.

Sluiten