Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

1147

Frank, nadat ze het verhaal in „Nederland" gelezen had, verklaarde er heete tranen bij te hebben gelaten.

„Dagboekbladen zijn uit den booze", is een veel voorkomend vonnis onzer critici geworden. Maar ook deze regel heeft zijn uitzondering. Hier vindt men in den gesmaden vorm een juweeltje, dat iedereen zal moeten bewonderen.

Met zóóveel innigheid, zóó zuiver doorvoeld en brandend doorleden, werd nog niet de geschiedenis eener liefde te boek gesteld. Een kleine honderd bladzijden telt dit boekje, —■ neen, heusch, deze „dagboekbladen" zijn niet gerekt en vervelend —, en men leest het in een uurtje uit. Maar met welk een emotie ! Er wordt in dezen tijd zoo weinig geschreven, dat door oprechtheid werkelijk aangrijpend is. Dit kleine boekje is ontroerend schoon.

Grazia Deledda.

Over het jaar 1926, — voor 1927 werd de prijs nog aangehouden —, heeft Grazia Deledda, zooals reeds werd gemeld, den Nobelprijs voor litteratuur gekregen. Luigi Pirandello heeft blijkbaar zijn beurt gemist.

Grazia Deledda, die aanvankelijk eenige jaren onderwijzeres was, heeft zich in haar boeken geheel tot haar geboortestreek, Sardinië, beperkt. Wie tegenwoordig over Sardinië spreekt, — heeft juist dezer dagen Hans Barth nog in het „Berl. Tageblatt" opgemerkt —, moet Deledda noemen, wier levenswerk een geschreven mikrokosmos is van dit wonderlijke eiland, dat nimmer te voren door een schrijver zoo diep en smartelijk is begrepen als door deze vrouw, die reeds als zeventien-jarig meisje haar eersten roman over Sardinië publiceerde.

Zij heeft thans bijna dertig werken voltooid, welke een voortdurende stijging vertoonen. Al deze romans zijn vol eenvoudige kracht en treffend dichterlijk gevoel, diep doordringend in het leven van een volk, dat van de overige Italianen niet slechts door de taal, maar ook het ras zoozeer verschilt. Wanneer Grazia Deledda echter over andere streken van Italië schrijft, verliest zij veel van haar oorspron-

Sluiten