Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET CARNAVALSMANNETJE

Dagen lang heb ik mij in mijn atelier opgesloten. Ik wil mijn vrouw niet meer zien, mijn vrienden niet. Als een gekooid dier loop ik rusteloos heen en weer. Dan sla ik met een slag de vuist op tafel:

„Neen! Ik heb mij niet vergist. Ik heb mij niet vergist!"

Ik neem de ets op en bekijk haar weer; tuur als verdwaasd op de donkere schaduw, waar eens het carnavalsmannetje gestaan moet hebben. De kamer ligt bezaaid met afdrukken. Het fijne lijnenspel van de droge naald begint reeds te verbleeken.

„Heb ik mij vergist?"

Ik grijp hoed, stok en mantel en verlaat het huis. Dwaal als een reddeloos verlorene door de stad, voorbij het uitbundig tumult der maskers en kom tenslotte weer terug in het steegje bij de herberg »In de Vergulde Drie-Eenheid«.

„Neen! Ik heb mij niet vergist! Hier, hier heb ik hem zelf gezien, met mijn eigen oogen! Hier vluchtte hij voor me.... en verdween...."

Doodelijk vermoeid kom ik thuis en sluit mij op in mijn atelier. Uitgeput grijp ik de plaat en druk een dozijn nieuwe etsen af. Ik kan niet meer denken,.... val gebroken neer in een stoel.

„Heb ik mij vergist?"....

Ik ga naar beneden en vertel dat ik het mannetje zoeken zal, dat ik het ééns, een duisteren avond, in een steeg ontmoette. Mijn vrienden schudden het hoofd. Zij zeggen niets. Maar tegenhouden doen zij mij ook niet. Eenzaam zwerf ik de bonte straten door; het rumoer gaat aan mij voorbij. Ik zoek het mannetje. Maar ik vind het niet. Nergens. Het is er niet meer....

lederen grauwen en killen morgen keer ik terug naar het slapende huis. De hond blaft mij aan als een vreemde. En het atelier is koud en leeg.

Soms neemt mijn vrouw mijn hoofd in haar handen, strijkt het haar van mijn voorhoofd en ziet mij diep in de oogen. Wat wil ze van mij?

„Je hebt je vergist!" zegt ze, „je hebt je vergist!"

— Heb ik mij.... vergist? —

Sluiten