Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HONDJE

weet niet wat, aan.... aan.... ja, aan de rust, die van u uitgaat!

Vanmorgen ging het ook goed. Maar straks was ik zoo bang, dat u niet komen zou en daardoor raakte ik weer van streek. Ik zag weer gekke dingen. Ik zag dien muur daar wijken, langzaam achteruitgaan, verder en verder... . Maar nu is het weer goed.... Het is gauw overgegaan, omdat u nu bij mij zit! Laat mij nu uw stem weer hooren! Toe, praat weer tegen mij, zooals gisteren!"

Suze weifelde even; zij schrikte terug voor de verantwoordelijkheid, die zij op zich laadde. Haar weifeling duurde maar kort.

Toen keerden haar lichte, blijde gedachten van den vorigen dag terug.

„Het is jammer," begon zij, „dat je je niet herinneren kunt, wanneer je voor het eerst zoo'n aanval hebt gehad. \ls je dat nog wist, zouden wij misschien kunnen uitmaken, of je je er toen wel behoorlijk tegen hebt verzet. Want het is een vijand, waartegen je vechten moet! Maar je was nog zoo jong en je hadt natuurlijk nog niet nagedacht over zulke dingen. Ik denk daarom, dat je wel dadelijk verschrikt je hoofd gebogen zult hebben. Dat je je zonder verweer aan den onverwachten vijand hebt overgegeven. Hij heeft daardoor natuurlijk meer en meer macht over je gekregen. Als je je handen op elkaar h?.dt geklemd en gezegd: „Ik wil niet! Ik wil niet!" zou hij «vel voor je uit den weg zijn gegaan! Maar je was nog te jong, om zoo cordaat op te treden. Maar daarom is er nog niets verloren! Alleen wat tijd! En je strijd zal moeilijker zijn! Want het is natuurlijk moeilijker, een vijand, die een vesting genomen heeft, er weer uit te gooien, dan hem eruit te houden, als hij er nog niet in is. Maar de strijd is toch nog even goed te winnen. Dat zul je maar zien! Daar mag je niet aan twijfelen, want dan vecht je niet met hart en ziel!

Misschien begrijp je niet, waar ik al die wijsheid van-

Sluiten