Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

onmiddellijk vervolgde hij hoofdschuddend: „Het is een zonderling plan. Waarom wil hij zich laten doodschieten? Hij is nog jong en sterk, hij kan nog zooveel bereiken."

„Houd op met zulke lugubere verhalen!" ergerde zij zich nerveus. „Wat heb je toch? Is er iets gebeurd? Je bent veranderd."

Hij lachte stil voor zich uit.

„Ik ontdekte vannacht, dat er een God bestaat," fluisterde hij onwillekeurig en — schrok van zijn bekentenis. „Maar dat doet er verder niet toe," besloot hij barsch.

„Een God? Mijn hemel, Willem! Wat ben je toch een allerliefst, onnoozel kind! Wat heb je toch altijd een zeldzame verrassingen voor iemand klaar! Ga je in den bijbel lezen? Ga je in de kerk naar den dominee luisteren? O! ik was vast besloten om nooit meer iemand lief te hebben. Maar nu zou ik bijna weer van je kunnen houden. Hij heeft ontdekt, dat er een God bestaat."

Zij streelde zijn haren, zijn wangen, zijn kin; zij was vol van een hartstochtelijke teederheid. Met weerzin duwde hij haar hand terug, zijn blikken vonkten onheilspellend

„Laat me!" sprak hij schor. „Tusschen ons is het uit."

„Je bent bang, dat mijn liefde je voortaan geld zal kosten?"

Het bloed steeg hem naar het hoofd, zijn vuist dreunde op de tafel.

opende Maria een elegante reticule, waaruit zij enkele papieren nam, die zij gladstreek en den schilder overhandigde.

„Hier zijn de stukken!" Vragend keek hij op.

„De stukken!" herhaalde zij kribbig. „De aktes, die mijn proces betreffen! Vooreerst een oproep, om voor den president van de Haagsche rechtbank te verschijnen. Verder een dagvaarding en tenslotte een vonnis, waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, omdat de gedaagde niet is opgekomen. — De gedaagde, dat ben ik!" voegde zij erbij, terwijl zij voorover leunde en hem in de oogen trachtte te zien.

Sluiten