Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK VAN HET TOONEEL

door HENRI BOREL

(Een beschouwing over Concentratie)

Een machtswoord klinkt opeens weer over de tooneelwereld: Concentratie, en heel in de verte rijst daarbij de schim op van een doode: van de Koninklijke Vereeniging »Het Nederlandsch Tooneel«. De concentratie zou zich namelijk moeten voltrekken in de herrezen, herleefde Koninklijke Vereeniging.

Er is een tijd geweest dat »Het Neêrlandsch«, zooals zij populair heette, zoo ongeveer (niet heelemaal, want men hoorde er niet de Nederlandsche taal volmaakt spreken, zooals het Fransch volmaakt wordt gesproken in het Huis van Molière) voor Nederland was wat de Comédie Francaise is voor Frankrijk. Lid te zijn tfan »Het Neêrlandsch« was toen de hoogste ambitie van den tooneelspeler. Er was ook een zekere traditie aan de Kon. Ver. »Het Nederlandsch Tooneek verbonden, al was het niet zoo'n oude als die van de Comédie Francaise, en »Het Neêrlandsch« was zóó'n veilige, rustige, soliede instelling, dat het onder de acteurs heette: «je bedje vindt je er gespreid» als men er lid van werd.

Het is niet mijn doel, hier de geschiedenis van den bloei en den ondergang van de Koninklijke Vereeniging te beschrijven; hier bestaan reeds gedocumenteerde werken genoeg over. Verleden jaar werden in de Pieter Pauwstraat te Amsterdam alle décors en requisieten, aan vele waarvan roemrijke herinneringen verbonden waren, voor een appel en een ei, bijna als oud vuil verkocht, nu de laatste Directeur — zonder gezelschap — Dr. Willem Royaards gestorven was, en een ieder

Sluiten