Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK VAN HET TOONEEL

hebt het te doen zooals ik het zeg, daar worden jullie voor betaald!" Ik haal dit aan om te doen uitkomen, hoe weinig, laten we gerust zeggen hoe géén bezieling er van zulk een regisseur kan uitgaan. Zoolang er sprake is van «ondergeschikten» en «betaalden» komt er niets van terecht. De regisseur behoort te zijn de oudere vriend, in zekeren zin de vader van zijn acteurs, en zijn eenige gezag moet zijn zijn groote geest, dien de acteurs eeren en waardoor zij vertrouwen in hem hebben. Van gezag als werkgever, loon-uitbetaler, patroon moet geen sprake zijn. Er zijn gevallen bekend van Hollandsche directeurregisseurs, die, op tournée, niet met hun acteurs samen willen eten in het hotel van een provinciestad. Er moet apart voor hen gedekt worden. Ze kunnen zich niet «encailleeren» met hun «personeel»!! De acteurs — en ziehier een gevaarlijk punt — moeten ook geen concurrenten van elkaar zijn, die elkaar het licht in de oogen niet gunnen, maar kameraden, die niet op eigen succes bedacht zijn, maar alléén samenwerken om door een saamhoorig gehéél het op te voeren kunstwerk zoo volmaakt mogelijk voor het voetlicht te brengen.

Ik heb eens een paar Russische acteurs over hun gestorven regisseur Wachtangow hooren spreken met ingehouden tranen in de oogen. Ik geloof niet dat zulk een liefdevolle reverentie ooit voor een Hollandschen regisseur bestaan heeft.

De ideale regisseur, dien ik mij denk voor een geconcentreerden keurtroep, moet — is het nog noodig dit te zeggen? — zelf niet medespelen. Ik heb verscheiden regisseurs uit het buitenland, o.a. Gaston Baty, over deze kwestie gesproken en allen waren zij het eens dat het onwenschelijk is, den regisseur ook een der groote rollen van het stuk te doen spelen. Ook daarom niet, omdat als hij slecht, of zelfs maar middelmatig speelt, zijn prestige bij de acteurs onvermijdelijk moet dalen. De regisseur moet regisseur zijn,, meer niet en minder niet. Het heeft mij steeds bevreemd, onder de overtalrijke artikelen, die den laatsten tijd over tooneel geschreven zijn — let eens op!, er is nooit zooveel over tooneel geschreven als in dezen tijd, nu men overal hoort klagen dat het tooneel aan 't kwijnen en zelfs ondergaan is! — er nooit een te hebben aangetroffen, waarin er op gewezen wordt dat wij, vóór al 't andere, broodnoodig hebben een goeden regisseur. Goede tooneelspelers hebben wij zonder twijfel, maar er ontbreekt hun leiding in welke zij een onbeperkt, uit reverentie voortkomend vertrouwen hebben.

Met administratief «beheer» moet deze regisseur niets te maken hebben, dat moet worden overgelaten aan een administrateur en een Raad van Beheer, zooals er vroeger een van »Het Neêrlandsch« in den Stadsschouwburg troonde. Men kan

Sluiten