Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE COMEDIE THUIS

hartstochtelijk en sensationeel verhaal, waaruit bleek, dat men haar had willen vergiftigen. Zij verdacht een rivale, deed echter voorloopig nog heel geheimzinnig. De symptomen echter beschreef zij zonder eenige reserve. Er was een ademlooze aandacht, tot oom Gijs zei dat de verschijnselen op blijde verwachtingen wezen, en uitbundig werd toegejuicht. Willy scheen toch gevleid. Zij was in de vijftig.

„Maar komaan, jongmensen," ging oom voort als iemand, die zich op zijn plichten bezint, tot zijn slachtoffer terugkeerend, „hoe bevallen wij je, wij tooneelisten?" Hij wachtte geen antwoord af, doch ging onmiddellijk voort. ,,De vrouwelijke afdeeling het best, denk ik. Pas op voor je verleidelijke schoonmama, want zij is in staat alle harten te veroveren. Zie eens, welk een arm!" Hij nam de vrijheid, dezen te vatten en op te heffen. „Een andere vrouw is blij als ze zoo'n dij heeft."

„Schei uit, Gijs," zei de tragédienne achteloos.

„Ben is mij trouw, hoor!" zei Nini, die deze scène met gemoedsrust had aanschouwd.

„Dat denk je maar, ik heb hem oogjes zien geven aan de prachtigste aller vrouwen, zijn schoonmama in spe. Denk er om, jongeman, 't is zoo goed als bloedschande!"

De onmogelijke Martini vond goed, om deze grofheid onbedaarlijk te lachen, wat hem een woedenden blik van Ben bezorgde en een scherpe vermaning van Pa Medding, die oom Gijs niet rechtstreeks aandorst, maar Max nu toeriep dat hij zich schamen moest, om zulke smeerlapperij te lachen.

Oom echter luisterde niet. Hij was, met rollende oogen en een sleutel als dolk in de hand, bezig een titel voor een melodrama hardop uit te denken. „De bloedschandelijke student.... de bloedschandalige student.... neen, bloedschennige; drama in zeven tafereelen, vier bedrijven. ..."

De oude heer Wiegand had van het geheele gesprek niet anders opgevangen dan dat zijn dochter om haar schoonheid werd geprezen.

„Wilhelmina," zei hij tot Van Loenen, wien hij juist

Sluiten