Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE COMEDIE THUIS

allerlei van vroeger had zitten vertellen, „heeft haar trotsche, donkere oogen van haar moeder, Marianne Vleming." Hij had nog dien mooien galm waarmee hij, als leeraar aan de Tooneelschool, volgens kleine Ko, een heel geslacht had verpest.

„Och welnee, Pa!" riep de tragédienne over de hoofden heen, ,,u is heelemaal in de war. Dat was mijn moeder toch niet!"

„Juist," stemde de oude heer toe, „ik vergis me — hef

was Cato ik bedoel Louise." En verder werd het

mompelen.

„Strindberg, meneer," klonk Pa's stem van het tafeltje, waar het kaarten was gestaakt, „dat is nou je reinste type van een vrouwenhater."

Hij sprak tot een van de sjofele jongelui.

„Och nee, meneer," zei deze, „dat ziet u verkeerd in."

„Zoo," zei Pa woedend. „Heb je mijn vrouw in »Der Vater« gezien? Ja? Nu, als je dat dan nog durft zeggen, dan weet jij niet wat tooneelspelen is."

Oom maakte schijnbewegingen om Nini bonbons te voeren, maar at ze zelf op. Hij was daar nog mee doende, toen een nieuwe bezoeker binnenkwam. Het was een fattig, zeer ordinair jongmensch in een bontjasje, die fraaie buigingen maakte voor gastheer en gastvrouw en toen regelrecht op Nini afging, met wie hij, met een geaffecteerde neusstem, een druk gesprek begon, na haar hand zwierig in zijn witgehandschoende te hebben omhoog geslingerd. Nini sprak tot hem op veel gemaakter toon dan anders; hij was de jeune premier, en stelde zich terloops aan Ben voor als «meneer Heintze«. Pa Medding, die misschien tegenover Ben de conversatie tusschen die twee jongelui wat druk vond worden, of misschien ook brandde van begeerte om zich te doen hooren, klampte meneer Heintze aan. Het bleek dat deze Hamlet spelen zou.

,,Ik heb in mijn tijd ook Hamlet gespeeld," zei Pa, „en met veel succes. Als ik je een raad mag geven, denk er dan om dat je in de alleenspraak, je weet wel, zegt: Te zijn of.... niet te zijn....

Sluiten