Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE COMEDIE THUIS

„Je houdt je hand nog niet heelemaal goed, ober!" Er werd nog even gerepeteerd.

Oom vertrok opnieuw. Spoedig hoorde men boven lachen, een heldere meisjesstem. Pa ergerde zich dat hij er niet bij was. Een oogenblik daarna riep Oom op de trap. Allen moesten boven komen.

Van Loenen ging ook maar mee.

Nini lag in een kleurigen peignoir — kuischer dan haar dagtoilet — te bed. Zij ontving hen met kwijnende berusting.

Er werden stoelen om het bed geplaatst en de vrienden keken met voldoening naar het theedrinken en koekjes knabbelen der martelares.

„Het was toch niets voor jou," zei Pa filosofisch. De moeder wenkte hem af — te laat! De tranen begonnen weer te vloeien. Maar het onderwerp kon niet worden vermeden. De commentaren waren al te lang onderdrukt.

„Ik vond het altijd een kouwen jongen," zei Esther.

„Ja, echt koud," zei Max.

Geen temperament," zei Oom.

Er werd gescheld. Pa ging open doen en kwam boven met den jeune premier. Deze scheen al ingelicht te zijn. Hij deed nog deftiger dan anders; hij droeg een getailleerd jasje en, daar het regende, een dubbel omgeslagen broek op grijze slobkousen. Nini vond, in haar gesprek met hem, dadelijk weer haar gemaakt toontje. Men zou nu maar verder daar thee drinken. Oom belastte zich met het halen van theepot en cosy. Max moest mee voor de overige kopjes.

Oom kwam terug als Turk, met de theemuts op het hoofd. Hij commandeerde Max. Het werd recht gezellig. Er was weinig plaats en oom, de onuitputtelijke, benoemde zich zelf tot verkeersagent, met een manchet over zijn mouw het gaan en komen der theebegeerigen naar en van de schenkster, Esther, regelend.

Nauwelijks had hij zelf zijn kopje uit, of hij ontdekte op het beddekast je den brief. Hij nam hem op. Nini trachtte zich slapjes te verzetten, maar hij hield vast.

Sluiten