Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VLIER BLOEIT

heele aarde zal ons thuis zijn, ons akkerland. En met jou heb ik niemand in de wereld noodig!

Onder het luisteren scheen het David toe als gleed van hem af het looden wicht van onrust en twijfel, dat hij zoo lang had getorst; een bevende lichtheid duizelde in zijn hoofd. Als door een gulden nevel zag hij zich naast haar voortgaan langs de wegen, in zonnebrand en zomerwind. In zijn verbeelding hoorde hij het droge ritselen van de rijpe korenaren, de wijde heidevelden purperden, harsgeur van gezengde dennenbosschen was in zijn neusgaten, ziltheid van zee op zijn lippen. Verder zag hij zich trekken, steeds verder, door avondlichte stadsstraten, onder den zwarten ster-doorvonkten hemel, met als eindelijk doel een onbekende toekomst in het verre onbekende land.... Hij omklemde haar als in extase, hij voelde haar sterkere levenskracht zich doortrillen.... Ja, ik durf! ik durf! jubelde hij onder het kussen. Tot Tono zich van hem losmaakte, zakelijk sprak van, nu dadelijk, uitvoerig, aan Elsie schrijven, en dat zij wel een jongen wist op de boerderij, dTe voor de kippen kon zorgen tot er iemand overkwam om bezit te nemen van zijn hoenderpark. Ze drukte dan haast plechtig haar lippen op zijn voorhoofd, ze zei met een stille stem: God zegen je, David. En snelde het boschje uit en den heuvel af, vlugger dan de verschrikte konijnen bij haar nadering konden wegschieten in hun veilige holen.

II

Een korte windvlaag schudde plotseling de toppen boven Davids hoofd. Dat gaf even een klein en liefelijk gerucht van ruischende zomerblaren, een ritselen in het stijve braambosch en in de statige varenplanten. Hij sprong overeind, keek op zijn horloge; over achten, verwonderde hij zich. Met lange stappen daalde hij de helling af.

Het slappe gras vergroende onder de lage zon, naar het Westen vingen looden wolkekoppen vegen van goud en irisgeel. De kippen scharrelden wat rond voor het op stok gaan, ergens in de verte blafte een herdershond, die de

ii 3

Sluiten