Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VLIER BLOEIT

bus van achten bent aangekomen. Ik ga de kippen voeren, misschien even rusten in het stroo.

— Je hebt me niet geantwoord, Davie? Hij schokte de schouders, lusteloos.

— Ik laat dat heelemaal aan jou over.

— Maar je vindt het goed? Ik kan de school er aan geven?

— Als je denkt dat je hier gelukkig zult zijn

Ze uitte een zucht van voldoening. Ze geeuwde.

— Roep me om acht uur, wil je, Davie?

David Brent sloot de deur achter zich. Met loome voeten begaf hij zich weer naar buiten.

De Zuidenwind droeg de klanken over van de dorpsklok, die zes sloeg, toen hij Tono zag aankomen langs het achterpad, dat vlak bij zijn bungalow op den landweg uitkwam. Ze liep met fermen tred, een open regenjas los over haar korte katoenen jurk, een knapzak op den rug. Haar weelderig haar, ongedekt, waaide zachtjes in den bries, met haar knoestigen stok tikte ze achteloos tegen de schermbloemen van de hoog opgeschoten dollekervelplanten langs het pad. Ze lachte over heel haar jolig gezicht toen ze David zag binnen zijn hek. Ze bleef staan aan den anderen kant en sloot haar vingers rond de spijlen.

— Reisvaardig? vroeg ze vroolijk.

Haar blikken rustten verbaasd een moment op zijn betrokken gezicht, zijn slordig haar, zijn verfomfaaide kleeren. Plagend voegde ze toe:

— Je ziet eruit of je net bent wakker geworden uit een mooien droom en nu spijt hebt, dat die bedrog is!

Hij luisterde nauwelijks naar haar woorden. Zijn brandende oogen dronken dorstig haar jonge frischheid in, haar tandenwitten lach, den ranken, fieren nek. Ze moest haar vraag herhalen:

— Reisvaardig, David? Dan antwoordde hij kort:

— Elsie is hier.

Hij zag de blijheid verglijden uit haar oogen, die, angstig»

Sluiten