Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DROEVIGE DRONK

Het was ongelooflijk, dat alle dingen zóó plotseling van kleur verschoten waren! Wiè had ooit geweten dat een foto zelfs zijn gestolde masker kon vertrekken! Dat datzelfde portret van Jo, dat altijd naast haar bed stond, zóó vlak bij, dat het den eersten verliefden oogopslag en het laatste slaperige kijken opving — wie had geweten dat die overgegoten, verstijfde foto-trekken ömtooverden in expressie?

Dat ze hem heelemaal niet lief meer vond, niet meer »echt-mijn-man«, niet meer »mijn-eenige-schat«; dat het gezicht niet meer »ja« knikte als ze het vroeg: »hoüd-je-nogvan-je-vrouwtje?«; dat het niet meer glimlachte bij een toegeworpen kushandje, maar — en dat was verschrikkelijk — onbewogen bleef en strak bij alle lieve woordjes, die ze ondeugend toefluisterde.

Want wat weten de Marie's en Rita's en Riteke's ervan, dat het geliefd portret de uitdrukking vertoont, die wij-zelf eraan gegeven hebben, zooals wij-zelf verlangen en verwachten dat het gezicht ons aankijkt en begrijpt?

Johan ook voelde het aankomen.

Bij zijn donkerblauwe das koos hij zorgvuldig en mannelijk-koket een paar donkerblauwe sokken, wulpsch met wit doorspikkeld; in zijn lichte zomer jas stapte hij kordaat en fier door de Zondagsche straten; maar geen enkele gedachte meer voor Riteke; geen vonkje pronkerige ijdelheid was gebleven om voor haar de knappe jonge man te zijn: zeker van zijn slank gebouwd figuur, zijn goed verzorgde handen, van zijn frisch gezicht en grijze oogen, waarmee hij de vrouwen zoo makkelijk te vangen wist.

Met Rietje was alles anders geweest. Gedurende het jaar van hun verborgen samenzijn bestond er geen andere vrouw meer op de wereld. Hij zag haar door zijn verliefde oogen. Hij woelde met verliefde handen door haar warrigen krullebol. Hij zoende haar met zijn verliefden mond.

Ze hadden samen dolle avonden van pret gekend, een warme bezetenheid, die wild duurde zoolang de begeerte bestond. Maar verder was er niets. Ze waren nooit gekomen

Sluiten