Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BEZETEN HUIS

toe. (Plechtig) Zweert u me op het hoofd van mijn lieveling?

BUURMAN (hem in de rede vallend): Ik houd niet van pathetische verklaringen. Als advokaat weet ik bovendien te goed wat sommige eeden waard zijn, vooral als ze onder ongewone omstandigheden zijn afgelegd. Ik heb slechts reden te veronderstellen, dat uw kleindochter met uw geheim in het nauwste verband staat. Dat zou een reden te meer zijn, u nu niet zonder mijn steun te laten.

GROOTVADER: Ik ben een oud man. Ik ben zonder fortuin. Mijn bezittingen zijn verkocht of met schulden bezwaard. (Zacht sprekend:) En toch toch ben ik in het

bezit van een vermogen, dat ik mijn kleindochter moet nalaten.

BUURMAN (verrast): Een vermogen?!

GROOTVADER: De schat van de Bronckhorsten!

Ik ben er bewaarder en bewaker van.... Begrijpt u mijn angst voor deze nachtelijke bezoeken aan »De Bronckhorst»?

BUURMAN: Ik had deze verklaring reeds verwacht.

GROOTVADER (haastig sprekend, terwijl hij zenuwachtig zijn handen tusschen de drukproeven op tafel rept): Dit is het boek, dat ik schrijf over onze familie. Juist vóór uw komst las ik aan den notaris een der hoofdstukken voor, waarin een uiteenzetting wordt gegeven van de heftige en onverzoenlijke vijandschap tusschen de Bronckhorsten en de Van Gelre's. Ik behandel in mijn boek, volgens authentieke gegevens, de tegenwerking in de middeleeuwen der machtige Van Gelre's bij de benoeming van een der Bronckhorsten tot bisschop van Utrecht. (Op de oude wapenrusting tegen den wand wijzend:) Daar staat zijn oude wapenrusting nog. De later ontstane veete tusschen beide geslachten wordt in de geschiedenis van Gelderland aangeduid als de bloedige Tienjarige Oorlog.

BUURMAN: Ging het om een bisschopsmijter?

GROOTVADER: Er stak een dieper oorzaak achter.

BUURMAN: Een wanhopige liefde tusschen een Van Gelre en een Bronckhorst?

Sluiten