Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAN VAN EEN SCHILDER

„Weet je, wat me zoo spijt, Archibald?" hernam de schilder loerend. „Dat jullie toch maar niet samen getrouwd bent! Met je huishoudster durfde je maar eenmaal bij ons komen en ook toen was het niet een onverdeeld genoegen, want de heele zaak moest zoo geheimzinnig behandeld worden. Wij hadden 't zoo gezellig kunnen hebben, als zij je vrouw was geweest."

Merker speelde met de franje van zijn leunstoel en zijn rechterbeen wiebelde over het linker.

„Wie zal 't verhelpen?" zeide hij zangerig. „Ik heb 't gewild, maar zij weigerde. En misschien was zij wel de verstandigste van de twee. Wat zou er niet gekletst worden: — mijn ouwe karkas, gekoppeld aan een jong en bloeiend lichaam als het hare! Waartoe onze verhouding door de menschen te laten bederven?"

„En als er iemand sterft? Moet de ander dan onverzorgd achterblijven?"

„Maak je niet ongerust! Mijn testament ligt kant en klaar bij den notaris. Zij wordt mijn eenige erfgename."

„Ja, ja! 't Is misschien ook beter om je niet te binden," sprak de kunstenaar luchtig. „Nu ben je tenminste nog vrij en een testament — kan altijd vernietigd worden."

Plotseling staakte Merker zijn bewegingen en met militaire stramheid keerde hij zijn gelaat naar den schilder.

„Waarde vriend! Op mijn leeftijd zijn we zoo wispelturig niet meer. We worden hokvast en danken den hemel, dat wij onze laatste dagen in vrede kunnen slijten. De wilde haren zijn eruit, wanneer men de zeventig nadert. Geloof mij! Het is een ervaring, die je binnenkort aan den lijve zult ondervinden."

Van Baerle boog het hoofd en beet zich op de lippen. Onder tafel balde hij zijn eene vuist, overigens waagde hij niet zich te verroeren. Na een langen doorgewaakten nacht waren zijn zenuwen sterk gespannen en hij vreesde, dat een onwillekeurig gebaar zijn machtelooze drift verraden zou.

Gedurende eenigen tijd was het stil. Merker keek tevreden, hij meende een overwinning behaald te hebben, ii 6

Sluiten