Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAKKERDS

Karei tot ze een woning hadden. De brief sloot met een P.S.: Bedankt voor het portret.

Dat P.S. ontnam veel aan Swindel's interesse voor de belangrijkheid van het nieuws. Maar voor z'n vrouw was de tijding als een feest.

„Vin je 't ook niet prettig, dat ze hier komme wone?" vroeg ze haar man, die nog niets had gezegd en wat grimmig te kijken zat.

„Of 't prettig is, motte we nog ondervinde," bitste hij. Omdat ze niet wist wat hij verwacht had, kon ze ook niet weten, waar z'n ontstemming vandaan kwam. Daarom zei ze:

,,'t Lijk wel, of je 't niet prettig vin. Je ben zoo "

„Nou ja, zoo ben ik nou eenmaal!"

Intusschen, Swindel stond voor een verbijsterend raadsel. Wat duivel, hadden die twee, die toch z'n kinderen waren, zoo weinig benul van verdienstelijkheid en zoo meer? Voelden ze nou heelemaal niet net als hij, of waren ze als z'n vrouw, die in d'r eenvoudigheid eigenlijk ook niet snapte, wat zoo'n medaille voor hem beteekende? Als hij nog wel eens over die onderscheiding sprak — want zóó belangrijk was dat gebeuren nog altijd voor hem, dat hij er z'n gewone stilzwijgendheid door verbrak — dan knikte ze maar goedig instemmend met een blik van toch-niet-heelemaal-begrijpen, maar zei niet veel.

Waren z'n kinderen net zoo? vroeg hij zich af. Onzin. Bij den jongen met z'n verdomde eigenzinnigheid, z'n opstand soms tegen z'n vader toen ie nog thuis woonde, was 't natuurlijk onverschilligheid, gebrek aan eerbied nog altijd. Die snotneus had al een praats, een eigendunk, waar je om lachen moest. Die wou soms redeneeren over dingen of ie een prefesser was, lijnrecht tegen alles in. En je bloed kookte soms als ie net deed of ie je voor den gek hield, zoon aap.

Maar Louise, die mos toch voelen, wat het voor hèm was niet alleen, maar die mos het nou toch ook fijn vinde, dat ze an d'r man's familie kon zegge: Asjeblief, da's mijn vader!

Dat het zoo heel anders uitkwam, daar begreep hij niets

Sluiten