Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAKKERDS

van. Iedereen had hem gelukgewenscht, verdikkeme, maar z'n eige-naaste deden of 't niks beteekende. Maar misschien, as Louise kwam over een paar dage, dat ze dan wel uit den hoek zou kome. En nu ineens ging z'n denken naar de tijding over haar komen hier.

't Was zeker, dat Swindel zelden in z'n leven zooveel had gepeinsd. In elk geval was het resultaat van dat ongewoon gepeins het ontstaan van een bij Swindel even ongewoon gevoel, en wel van berouw, berouw over het onvriendelijke antwoord aan z'n vrouw op haar vraag, of hij het ook niet prettig vond, dat ze kwamen. Natuurlijk vond ie 't prettig, en 't zou ook prettig wezen. Toen z'n vrouw, die niets meer had gezegd en naar de keuken was gegaan, van daar terugkeerde, keek hij op en zei bedaard, maar toch met een intonatie van vriendelijkheid, die haar verraste:

,,'k Geloof toch ook wel, dat het prettig wezen zal as ze kome."

En zij, verrukt, oplevend ineens dat haar oogen straalden, haastte zich te antwoorden: „Nou, öf 't."

Eerst toen keek ze verwonderd over z'n verandering, doch even maar. Hij was nou eenmaal zoo.

Den dag al na hun aankomst in den Haag kwamen Louise en Karei bij de ouwelui, hij in z'n uniform. Moeder Swindel, wat nerveus, kon haar gevoel van ontzag niet onderdrukken, deed er ook geen moeite voor. Met eerbiedige voorkomendheid gaf ze haar schoonzoon een stoel. Ze durfde zelf haast niet te gaan zitten. Het ontging Swindel niet, — hij zou voor tegenwicht zorgen. De gansche macht van z'n zelfbewustheid werd in 't geweer geroepen. Vooral rustig doen, heel gewoon, wel vriendelijk natuurlijk, maar niks bizonders. Hij beteekende ook wat. Ook met hèm moest men rekening houden. Swindel onderging op dit oogenblik het gevoel, dat Napoleon moet hebben gehad toen men bij hem aandrong op genade voor den hertog van Enghien en hij op de opmerking, dat hij vorstenbloed

Sluiten