Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAKKERDS

„Nee, nee, laat dat maar. Ik zal bove wel wachte. 'k Heb de tijd. Je moet mevrouw niet hindere."

Hij vond, dat hij dat laatste heel goed gezegd had en stapte binnen, veegde z'n voeten, ging de trap op, de dienstbode hem na. Boven, op de gang, bleef hij staan, keek om zich heen.

„Wil u hier dan zoo lang wachte? Ik ken anders mevrouw wel effe roepe." Ze opende de deur van de achterkamer.

„Nee, nee, niet noodig. Ik kan heel goed effe wachte," Hij had z'n hoed nog op, wilde binnen gaan. „Wil u je hoed soms?...."

„O ja," schrok Swindel, gaf dadelijk z'n hoofddeksel en voelde ineens wat die meid van hem dacht. Om zich een houding te geven, stapte hij bonzend de kamer in, deed overdreven vrijmoedig, nam dadelijk een stoel en zette zich. De meid verdween, glimlachte — maar dat zag Swindel niet.

Hij keek om zich heen en moest erkennen, dat het er deftig uitzag, 't Maakte indruk op hem; er kwam een gevoel van trots en hij was al bereid z'n dochter alles te vergeven niet alleen, maar voelde zich zelfs schuldbewust. Hier woonde een kind van hèm. Een bliksems mooi kleed op de vloer.... Ja, z'n schoenen waren schoon. Wacht, de bonbons. Voorzichtig nam hij het gekleurde builtje uit z'n zak en plaatste 't op een tafeltje dichtbij. Fijn tafeltje O, en daar de klok, die ze van hem gekrege hadde

met 'r trouwe Wat een pertrette. Es effe kijke. Onder

't gaan naar den schoorsteenmantel zag hij al z'n eigen portret in lijst, zooals hij 't gestuurd had, en dadelijk was er blijdschap in hem dat het er stond, 't Bleek toch, dat ze 'm respecteerden hier.

Hij was den schoorsteenmantel genaderd, nam heel voorzichtig z'n portret. Toen, plots, beefde 't ding in z'n handen. Z'n gezicht was wit geworden, vertrokken. Een oogenblik stond hij zoo te staren op z'n beeltenis. Toen, in een woedevlaag, met een «godverdomme», smeet hij het por-

Sluiten