Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK VAN HET TOONEEL

argwaan en gaat naar Marcel om hem het geheim van zijn liaison met Romaine af te dwingen. Een oogenblik in het nimmer eindigende, vervelende gesprek, lijkt het te gaan spannen,

maar het tableau (gelukkig 't laatste) eindigt met een door

beiden gespeelde Sonate!!!

Het van drakerig mélo-jammer rammelende stuk wordt te Parijs gered door het hartstochtelijk nerveuse spel van Gaby Morly als Romaine. Grande amoureuse en grande hystérique en grande sentimentale is zij er tegelijk in, en als men haar snikken en weenen hoort en ziet, en ondergaat hoe zij zich aan haar minnaar geeft met smachtende overgave, en hoe zij hem radeloos van wanhoop verlaat, en met een ten doode verstard gezicht de liefkoozingen van haar niets vermoedenden man ondergaat, vergeet men het drakerige van het stuk en wordt men meegesleept door haar hartstocht-trillingen. Zoodra was Gaby Morly echter niet van het tooneel — want Romaine is dood en begraven — ot de verveling en de ergernis kwamen over mij. »Mélo« is.... slecht mélo. Hiermede is alles gezegd.

De tweede merkwaardigheid van de »Mélo«-opvoering is, dat de geheele Parijsche critiek, tot Antoine toe, er ingeloopen is en het stuk uitbundig heeft geprezen, evenals zij de slechte, op vele plaatsen belachelijke revue heeft geprezen, die in het nieuwe Théatre Pigalle, onder den veel te mooien titel »Histoires de France«, door Sacha Guitry is opgevoerd. Onpartijdige critiek, die ronduit haar meening durft te zeggen — zooals b.v. Kerr dat te Berlijn doet — bestaat niet te Parijs

Het is jammer dat Lenormand's »Le Lache« nog altijd niet de aandacht van een Nederlandsche Theater-directie heeft getrokken.

»Le Lache« is de geschiedenis van wat tijdens den oorlog in Parijs «un embusqué» werd genoemd. Jacques — te Parijs speelde Pitoëff hem en in Weenen Moïssi — is een lafaard, die t.b.c.-aandoeningen heeft gesimuleerd en daardoor «réformé» (afgekeurd) is geworden. Hij is kunstschilder en leeft nu met zijn vrouw Thérèse in een hotel, hoog in de bergen, in Selvas (Zwitserland). Hij voelt zich gelukkig, niet aan het moorden van den oorlog meê te doen; hij is als kind door zijn ouders altijd bang gemaakt voor denkbeeldige gevaren, en heeft het leven lief. Hij wéét dat hij een lafaard is, maar het kan hem niet schelen; hij weet óók dat leven beter is dan sterven, en dat hij niet moorden kan. Hij is in extase over de schoonheid der natuur, en wat de zoogenaamde schande aangaat, hij zegt tegen zijn vrouw: „Je sais maintenant qu'on peut s'enfoncer dans la honte et ne pas courber la tête et rire intérieurement.... et jouir de toutes les couleurs du ciel et de la terre". Van af de duizenden meters hoogte der bergen vindt hij het gemoord, ver beneden, onzinnig, en hij is gelukkig, er veilig boven te leven.

Sluiten