Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BEZETEN HUIS

WIJBERT: Is er nog gevaar, meneer de notaris? U

kunt op Wijbert rekenen. Ik verlang er naar, om met dat tuig af te rekenen! De spooknacht is blijkbaar nog niet

gedaan (Plotseling en schrikkend:) De freule !

(Beide mannen snellen naar de kamerdeur links.)

NOTARIS (na eenige malen luid tegen de deur te hebben getikt): Freule! freule! doe open! Ik smeek u!

Wij zijn 't — ik, de notaris en Wijbert.

KLEINDOCHTER (uit haar kamer antwoordend): De deur van mijn kamer is aan den buitenkant afgesloten. De sleutel is er afgenomen. Misschien ligt hij op tafel.

WIJBERT (haastig zoekend): Niets! Geen sleutel. De inspecteur heeft zelf alle deuren afgesloten.

NOTARIS (de deur openend door eenvoudig de kruk om

te draaien): Wat is dat nu?! de deur is open. Ze is niet

eens afgesloten geweest!

KLEINDOCHTER (uit haar kamer komend, geheel kalm): Wat is er gebeurd? Ik heb, geloof ik, geslapen. Ik heb gedroomd (de handen over haar oogen strijkend) Ja,

ik moet gedroomd hebben. Maar ik herinner me alles zoo vaag Weer die stemmen de zuchten De torenkamer geopend toen tot tweemaal het geluid in de slotgracht van twee vallende lichamen O, notaris, zegt u

me: — Heb ik maar gedroomd? is 't niet anders dan

verbeelding geweest?.... Was 't niets anders aan een afschuwelijke nachtmerrie ?

NOTARIS: Dat zijn we bezig te onderzoeken, freule. U is ongedeerd. Dat is voorloopig de hoofdzaak. Over u maakte ik me 't ergst ongerust. Ook voor uw grootvader, die eveneens ongedeerd is. Hij is zelfs in zijn stoel in slaap gevallen. Als u even bij hem wilt blijven waken, zullen Wijbert en ik het onderzoek voortzetten.... Waar is de inspecteur van politie?

KLEINDOCHTER: In de torenkamer. Hij is daar alleen, binnengegaan. Hij heeft de deur achter zich op slot gedaan.

NOTARIS: De deur moet open! Desnoods met geweld! Wijbert, help 'n handje. Wij beiden zijn nog wel mans genoeg, om zoo'n deur te forceeren.

Sluiten