Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BEZETEN HUIS

luidt het wachtwoord altijd: — Eerst de roerende, dan de onroerende goederen.

NOTARIS: Zonder geweer zullen we onzen plicht evengoed doen.

INSPECTEUR (slaperig): Daar reken ik op. Want u zult me 'n plezier doen door een deel van mijn verantwoordelijkheid over te nemen, notaris. Ik voel me nog zoo draaierig in m'n hoofd. Ik zou u zelfs willen vragen, of u en de huisknecht me 'n steuntje wilt geven? 't Is ellendig dat ik me zoo machteloos voel, terwijl het onderzoek van de zaak geheel op mijn schouders rust.

WIJBERT (neemt met den notaris den inspecteur onder den arm): We nemen 't commando over, inspecteur. Ik ben als jonge kerel bij de huzaren in Deventer geweest. — Escadron, voorwaarts marsch!

(De notaris en Wijbert met den inspecteur rechts af. Freule Van Bronckhorst blijft eenigen tijd in gedachten verzonken; komt dan zacht naar den stoel, waarin haar Grootvader nog rustig zit te slapen.)

KLEINDOCHTER (bij zijn oor, zacht en hartelijk): Oudje, zou je niet wakker worden? (Zij kust hem op het voorhoofd.) Slaap je zoo vast?.... 't Is nog midden in den nacht.... Maar ik moet je wel wakker maken.... Heeft u dan niets gehoord van wat we hier in de kamer hebben gesproken, of wat we.... ??

GROOTVADER (langzaam ontwakend en tot bezinning komend): Wat, ben jij 't, kindlief?.... Goddank.... Heb ik zoo vast geslapen.... En nog wel ingedommeld op m'n stoel?

KLEINDOCHTER: U sliep zoo heerlijk, 't Was jammer u te wekken.

GROOTVADER (goedig): Waarom zou je me laten slapen, kindje? Maar waarom slaap je zélf niet?

KLEINDOCHTER: Ik hèb al geslapen, grootpapa. Ik kwam hier in de kamer en vond u slapend aan tafel zitten.

GROOTVADER: Ja, wij oude menschen hebben soms last van slapeloosheid. Maar als we eenmaal goed onder zeil zijn, laten we ons niet makkelijk wakker maken.

Sluiten