Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BEZETEN HUIS

KLEINDOCHTER (huiverend): O, grootpapa! Droomde u niet verder — net als ik — van dat vroegere freuletje Van Bronckhorst.... ?

GROOTVADER (vóór zich starend): Dat was 't schrikkelijkste van m'n droom.... Het meisje, dat evenveel op het portret als op jou lijkt, ging langzaam handenwringend en wanhopig naar het raam. En daar.... (Hij slaat zijn handen met een gebaar van weerzin voor de oogen.)

KLEINDOCHTER (fluisterend): ....een tweede plomp in het water....

GROOTVADER (andere stem): De droom was uit. Plotseling. Zonder slot. Zooals de meeste droomen, die ons verontrusten. Nare droomen eindigen meestal niet.... Ik werd wakker gemaakt. Jou lippen op m'n voorhoofd. Goddank! dat jij 't was; — dit was m'n eerste gedachte. Hoe kun je door zoo'n droom in de war raken!.... 't Maakt een bijna even diepen indruk, na zoo'n ellendig nacht-spooksel, alsof 't voor je oogen écht gebeurd is Ik wil dien droom vergeten, hoe eer hoe liever.... Jij ook, Jacoba?

KLEINDOCHTER: Zullen we dat nog kunnen, grootpapa?

GROOTVADER: 'tWas een herinnering uit een langvervlogen en vergeten tijd. Ze is in dit huis blijven voortleven. Maar we mogen het verleden niet overbrengen naar het heden.

KLEINDOCHTER: Wat bedoelt u daarmee, lief oudje?

GROOTVADER: Dit: — ik heb altijd gemeend, dat oude menschen sterker waarde hechten aan droomen dan jonge menschen. Ik wil van jou, lief kind, dat je zult gelijken op die jonge menschen, door een luchtige beteekenis te hechten aan een droom.

KLEINDOCHTER: En ü dan?

GROOTVADER (ernstig): Ik geloof dat de droom mij iets heeft geleerd.

KLEINDOCHTER (dicht bij hem):.... Wat?

GROOTVADER: Het verleden heeft een zware schuld op zich geladen tegenover dat arme meisje. Die schuld zou

slechts verzwaard worden in het heden, wanneer (Er

wordt in de kamer geklopt.)

Sluiten