Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INTERMEZZO

uitval keerde hij den beduusden Zwitser den rug toe en verdween in het hotel.

Even later vertelde hij het avontuur aan zijn vrouw; uitte zijn verontwaardiging over de bedeesdheid van den Zwitser en pruttelde als een kind, wiens spelletje in de war werd gestuurd. Zijn vrouw keek hem onderzoekend aan. „Domme, ondeugende jongen!", zei ze glimlachend.

Den volgenden morgen vertrokken Frank Lamers en zijn vrouw naar Interlaken. Otto Baumgartner bracht hen naar de boot voor Luzern. Frank nam hem nog even terzijde om hem over Hilde te spreken. Maar de Zwitser scheen afwezig, luisterde maar half. „Ik ga morgen weer naar Zürich!", zei hij.

De Hollander keek verbaasd op. „Blauwtje geloopen?". vroeg hij. De ander haalde de schouders op, schudde van neen. „En Hilde dan, is die geen trekpleister meer?", drong de Hollander aan. Baumgartner schudde melancholiek het hoofd. „Dat is al voorbij!", mompelde hij. Frank Lamers zag hem vragend aan. Maar zijn vriend kon hem geen opheldering meer geven, want de stoomfluit gaf het sein tot vertrek en ze moesten zich aan boord haasten.

Op de boot besprak Frank Lamers met zijn vrouw 't vreemde geval. „Ik had die twee zoo mooi bij elkaar gebracht!", zuchtte hij. „En nu gaat die Baumgartner er vandoor!"

Zijn vrouw keek hem schalks aan. „Domme, verliefde jongen!", zei ze lachend. Haar man verdedigde zich, niet begrijpend waar zijn vrouw op doelde. „Op wie je verliefd was?" vervolgde ze. „Maar natuurlijk op Hilde! Je was verliefd op Hilde Wettersheim. Kom, biecht maar eens op, arme zondaar. Je vond Hilde wat aardig en daarom zocht je dien Baumgartner uit om haar in jouw plaats het hof te maken. Dat je het zelf niet deed is, omdat je nog te veel van mij houdt!"

Frank Lamers protesteerde lachend. „Als ik verliefd

Sluiten