Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LENTE-AVOND

kelbaar werd en brutaal. Zij verwende hem te veel. Maar ze had hem zoo innig lief en ze kon hem niets weigeren. Hij was ook nog zoo klein, haar kleine Détje, de eenige van vier kinderen, dien ze behouden mocht. Ze zuchtte en wendde het hoofd naar 't venster, waar een geranium bloeide, een silhouet in den avondschemer, 't Orgelspel hinderde haar, maar ze was te lui om het raam te sluiten — en lusteloos sliep ze in.

Erica Jansson had geluisterd naar de spelende kinderen. Ze hoorde hun blijde zingen: »In Holland staat een huis,

in Holland staat een huis « en de rhythmische stapjes

op de klinkersteenen. Later op den avond hieven ze aan: »Groene zwanen, witte zwanen, wie wil mee naar Engeland varen....« en ze juichten telkens, wanneer er één gevangen was. Ten slotte gingen ze met luid gejoel en geroezemoes uiteen: Grietje Derks had in de handen geklapt; dat was het afscheidsteeken.

Dan viel, als een zoete zegening, de avondstilte en Erica blikte droomend den donkerenden hemel in. Daar piepte het hekje, de bel klonk helder in de marmeren gang en Sientje ging naar voren. Zeker een spoedgeval, dacht Erica. Ze hoorde stappen op de krakende traptreden; daarop klopte iemand op de deur.

„Jaa!" riep ze.

Een lichte gestalte talmde op den drempel. „Ik denk, dat u verkeerd bent," sprak Erica. „Dokter is beneden."

„Ja, maar ik moet bij.... U bent toch juffrouw Jansson?"

„Ja," klonk als een zucht uit 't bed.

Toen sloot Margrietje de deur en naderde de zieke. Roze, blauwiig-omwaasde tulpen legde zij op de deken.

„Die zijn voor u. Ik ben Margriet Verhaard, Margriet

van de kweek En en ik wist, dat u ziek was

al zoo lang.... Wij hebben zoo véél bloemen...."

Ze werd heel verlegen en liep achteruit naar de deur terug. Ze vond 't nu gek, wat ze deed; ze vreesde een afwijzend antwoord. En iedereen zou haar uitlachen mor-

Sluiten