Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DEN SNELTREIN

maken mij opmerkzaam, dat ik buiten de orde ben. Een blik in het rond overtuigt mij, dat de netten vol reisgoed liggen. Ook zie ik overal hatelijk de groene bespreekbriefjes bengelen. Haastig rijs ik op, prevel een verontschuldiging en begin een tocht door het rijtuig. De chef heeft zich blijkbaar van mij afgemaakt: het heele rijtuig is door een gezelschap gereserveerd. Eerst als ik de zijgang ten einde ben geloopen dringt het tot mij door, dat ik door de harmonica-verbindingen den ganschen trein kan doorzoeken. Rijtuig na rijtuig is evenwel ingenomen door groote reishorden, die alles besproken hebben. Eindelijk, voorbij den eetwagen, vind ik de voorste vrije afdeelingen, maar de volle zijgang geeft mij tergend te kennen, dat ik de gevolgen zal moeten dragen van mijn overhaast vertrek. Hoe zal ik het uithouden, staan tot Holland?

Leunend tegen het raam van de groote spiegelruit zie ik langzaam de stationsgebouwen wegglijden. Onmerkbaar heeft de trein zich in beweging gezet, zijn zweefgang door een paar rukkende zwaaien onderbrekend. Dan neemt de snelheid vlug toe en scheren wij in zinnelooze vaart langs de telegraafpalen. Er is niemand in den trein, man noch vrouw, die zich iets van mij aantrekt. Er wordt gepraat, gesuft en geslapen. En in de zijgang tegen de rijtuigwanden gehangen. Toch schijnen mijn medepassagiers handiger dan ik. Langen tijd blik ik naar het eenzame herfstlandschap, dat als een krankzinnige watervloed onder den trein doorstroomt, maar als ik weer aandacht wijd aan mijn naaste omgeving, bemerk ik dat de zijgang leeg is. Hebben al die menschen een plaats gevonden? Opnieuw drentel ik wankelend door de gangen van tien rijtuigen, zonder gunstig gevolg. In den eetwagen ontmoet ik een netten jongeman in uniform en ik vraag hem om een plaats. Hij is niet de conducteur, maar hij helpt mij aanstonds, trekt ergens in den volgenden wagen uit den wand een klapbankje en zegt:

„Hier kunt u voorloopig zitten. Ik zal den conducteur sturen."

De plaats is niet aangenaam, maar de verbetering is

iv 3

Sluiten