Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BEZETEN HUIS

gebeurtenissen van de laatste dagen, en van dezen nacht in 't bizonder, zich in deze kamer hebben afgespeeld.... Onze buurman van »Gelresteyn« is uit déze kamer verdwenen. Dus imoet hij ook uit déze kamer weer voor den dag komen. (Tot den onthutsten Wijbert, die bij de deur is blijven staan:) Til het tafelkleed op!

(Wijbert tilt het tafelkleed op. En tevoorschijn komt de jonge Otto van Gelre.)

BUURMAN (beleefd tot baron Van Bronckhorst): Mijn naam is Otto, graaf van Gelre, eigenaar en bewoner van »Gelresteyn«, uw over-buurman, die u, na zijn terugkomst uit het buitenland, een visite ter kennismaking schuldig was.

GROOTVADER: U heeft een eenigszins eigenaardige manier om ergens visites te maken. Mijn naam is Willem baron Van Bronckhorst, bewoner van »De Bronckhorst«. (Beide heer en steken elkaar de hand toe.)

BUURMAN: De komedie is uit.

GROOTVADER: 'tWerd tijd, dat we eindelijk dien geheimzinnigen Otto eens te zien kregen.

NOTARIS (weinig op zijn gemak): Je wist dus, Van Bronckhorst....?!

GROOTVADER (ondeugend): Ik wist, notaris, dat je eere-voorzitter bent van de Rederijkersvereeniging van Brummen en omstreken. Ik wist echter niet, dat je zelf ook zoo'n verdienstelijk werkend-lid daarvan was. M'n compliraen. Je hebt prachtig komedie gespeeld.

NOTARIS (zich over zijn verlegenheid heenhelpend): Wij, notarissen, moeten zoo dikwijls in verschillende stukken acteeren....

GROOTVADER (hartelijk gestemd): dat je in ons

stuk .een voortgezet familiedrama wou voorkomen.

WIJBERT (verlegen): Baron zou u mij ook willen

vergeven ? Als het niet om de freule was geweest, had

ik nooit met de andere heeren meegedaan.

GROOTVADER (vroolijk): Jij bent niet de slechtste acteur geweest, Wijbert Vooruit! ruim de laatste overblijfsels op van onzen buurman. (Wijbert raapt pruik en snor onder de tafel op en verlaat wat schuw het vertrek.)

Sluiten