Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLA MORGENROOD

— Mallerd, lachte Babet, — je vrouw is toch niet hier?

— O, dan is 't goed, deed Nieweg gerustgesteld.

— En jij gaat stiekum aan de zwier.

— Melie, wat zeg je toch vreeslijke dingen.

— Niet dan?

— Nee, met z'n vieren.

— Heb je Koos weer. Schoone Melia — allo — Aanstonds komt je arme in 't stof gebogen vader je vergeven.

Sonja genoot haar vrije dagen. Een weelde, zoo eens heel de dag te kunnen doen, wat je verkoos, 't Gebeurde haar te zelden, dan dat zij ze niet voldoende zou waardeeren. 's Morgens luierde ze wat, ging soms een kennis bezoeken, 's middags waren de meisjes vrij, gingen ze gedrieën uit, eens naar Bussum, eens naar Zandvoort, eens per boot naar IJmuiden. Sonja genoot als een kind, uitbundig gaf ze uiting aan haar vreugde. Nee, zoo vrij te zijn, zoo ongedwongen te kunnen genieten, wat een weelde, wat een goddelijke weelde was dat toch. Wat maakte dat een mensch gelukkig! Wanneer hij kon, sloot ook Henk zich bij hen aan, dan was de familie voltallig, vond Sonja.

's Avonds zat men in de IJsbreker of ergens anders buiten, tegen elven werd Henk opgewacht en meegetroond naar huis of naar 't een of ander café.

— Je dochter, smaalde Jo, als Miep laat thuis kwam.

— Dat belooft wat!

Maar Gerard maakte zich niet ongerust, Miep was bij Sonja en wie ter wereld kon hij zijn kind beter toevertrouwen, dan juist haar.

Veel te gauw vervloog de week, veel te gauw voor Sonja, veel te gauw voor de meisjes. Maar 's Zondagsmorgens lag er een briefje in de bus, een kort berichtje van Peter Pot, inhoudende dat de schouwburg nog een week gesloten zou blijven, daar de herstellingen niet klaar kwamen. Sonja juichte, porde Jenny, die nog wat nasufte uit haar bed voor dit nieuws, dit heerlijke nieuws. Getweeën hotsten ze door de kamer als kinderen, wie een pretje is beloofd.

— O, wat zal ons Pietje mopperen, lachte Sonja. — Hij

Sluiten