Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DEMONEN....

met mij gegroeid, is één met mij geworden, als een oude, vertrouwde kameraad. Een ander heb ik nooit kunnen liefhebben...."

„En vanavond dan? Waarom ben je meegegaan? Was het het avontuur dat lokte, of "

,,0 nee, ik ben niet avontuurlijk." Ze zweeg even, en zeide dan, de zwarte oogen vol op hem gericht:

„O Peter, arme verdwaasde Peter, wat moeten de demonen je in hun macht hebben, dat je je niet eens meer herinnert, dat jij mij.... jaren geleden, eens gekust hebt!"

„Ik.... Jou? Dienie, Dienie, nu herinner ik het mij weer. Ik was je liefde van de academie. God, wat ben ik verblind geweest, dat ik je niet eens meer terugkende. Natuurlijk, nu weet ik het weer precies.... op dat stille grachtje, vlak bij de school heb ik je gekust.... En je bent nog precies dezelfde gebleven.... Nu weet ik ook, waarom je mij voortdurend aan iemand herinnerde. Ik dacht, dat het Charlotte was...."

Ze zwegen weer. Na een poosje vroeg hij zacht:

„En ben je daarom met mij meegegaan?"

„Je zag er zóó ongelukkig uit, en ik voelde mij ook eenzaam. Ik dacht: als ik niet meega, neemt hij toch een ander.... dan kan ik beter gaan. Arme Peter...."

„Dienie.... en jij dan? Je gooide jezelf weg? Je weet toch waarvoor ik je meenam? Je moest mij amuseeren, verstrooien. ..."

„Och, wat doet dat er nu toe?"

Ze zeide het zoo eenvoudig, dat hij in een plotselinge opwelling, al zijne cynisme vergetend, op haar toeliep, voor haar neerknielde en in een zucht bekende:

„Dienie, jij zou mij bijna het geloof in de menschen en in mijzelf weer teruggeven.... arme, kleine Dienie...."

Het werd nu heel stil in de kamer. Het haardvuur, dat langzamerhand uitging, wierp lange, lage schaduwen op de stoffige, smerige paneelen, den met webben behangen schildersezel, de platen aan den wand en de beide figuren bij den grooten stoel.

Eindelijk zei het meisje:

Sluiten