Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZILVEREN MAAN

WIL.

Och kind, zwijg toch met je rijksdaalder. Kunnen er wel honderd uit. En nog wel honderd guldens uit de stukjes, die er afvallen. WALLY.

Zóóveel? WIL.

Nou, wat dacht jij dan? Ze is immers minstens zoo groot als moeders ronde tafel, die ze verkocht om broertjes begrafenis te betalen.

WALLY.

Nietes. Moeder had haar verkocht omdat ze niet mooi meer is. En ze koopt een nieuwe. En we mogen er tegen anderen niet over spreken, zei moeder.

WIL.

Och kind, we spreken hier immers niet tegen anderen. Maar zoo groot als moeders ronde tafel is ze toch.

WALLY.

Attie, is de maan nu wel zoo groot als moeders ronde tafel?

ATTIE.

Malligheid. Hoe komt-ie er bij? WALLY.

Nou, zie je wel! WIL.

Maar toch wel grooter dan het deksel van moeders soeppan, die ze voor een half brood heeft verruild.

ATTIE.

Niet grooter, éven groot. WIL.

Zie je nu wel dat ik gelijk heb, Wally? En dan gaan er ook minstens honderd rijksdaalders en honderd guldens uit. Eerlijk zeggen, Attie!

Sluiten