Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZILVEREN MAAN

ATTIE.

Kom, we gaan maar weer.

HEER MET HOOGEN HOED (komt den winkel binnen stappen).

Ik kom nog even over dat horloge spreken. Wat is hiér gaande?

GOUDSMID (oogknippend).

Die kinderen denken dat ze de echte Maan hebben gevonden en willen haar nu aan mij verkoopen.

ATTIE.

Nee, niét verkoopen; alleen keuren. HEER MET HOOGEN HOED (met medelijdende slem).

Geeft u die arme kindertjes toch iets te eten! (Wally zinkt op den vloer en slaapt in.) Arm kindje, ze is zoo moe. Laat u ze toch wat uitrusten.

GOUDSMID (tilt Wally op en draagt haar naar zijn woonkamer).

Komt jongens, dringt een glas melk en

HEER MET HOOGEN HOED (buigt zich over de Maan heen, streelt haar, doch trekt zijn hand terug).

Ze is de echte Maan. Het is nog geen avond en toch gloeit ze al. Bij nacht moet haar licht verblindend zijn. Ze is een kapitaal, een niet te taxeeren kapitaal. Onbetaalbaar. Een vondst uit Duizend en één nacht.

GOUDSMID (komt uit woonkamer terug en doet de deur behoedzaam achter zich dicht).

Ze waren doodmoe, vielen direct in slaap. Als ze wakker worden, denken ze dat ze gedroomd hebben. Zoo zijn kinderen. Ik stuur hun moeder een boodschap, dat ze voor mijn deur waren ingeslapen, moe van 't spelen.

HEER MET HOOGEN HOED. En de Maan?

Sluiten