Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT NIET MEER KON

de kinderen. Die miste ze eigenlijk nog het meest. En toen dan ook Klaart je kwam met de vraag: gaat u vanmiddag mee naar 't strand? had ze direct toegestemd.

Natuurlijk was Fransje ook van de partij. Die was zoo ongemerkt als lid van het gezin opgenomen. Ze sprak den ouden boer aan met Opa en zijn zoon met Oom Joost, maar de moeder van Klaartje en Gijs met Juffrouw. Voor haar bleef ze altijd wat schuw.

Het was niet zoo ver. Ze trotseerden weer een «Verboden toegang«, zoodat Fransje zich afvroeg, waarom die bordjes er eigenlijk stonden. Hoe verder ze gingen, hoe duidelijker je de zee hoorde. Waar waren nu de duinen?

Martha vertelde, dat die hier zoo goed als ontbraken. Er was wel een eind van de zee af een hooge dijk, en als de nood aan den man kwam, zou die het water moeten tegenhouden. Maar zoo ver zou het wel nooit komen. „En daarom heet deze dijk de slaperdijk."

Dat was grappig, vond Fransje. Een dijk, die sliep. ... ,,En dat de zee zoo netjes oppast," vertelde Martha verder, „komt door de dammen, die gemaakt zijn. Je zult het straks wel zien."

„Er is nog een plaats, waar dammen zijn," zei Klaartje snel. „Tusschen Petten en Kamp." Ze keek Fransje triomphantelijk aan.

„Maar waarvoor dienen die dammen nu?" vroeg Martha.

Ook dat kon het knappe Klaartje vertellen. „Om den golfslag te breken," zei ze. Ze voelde zich trotsch, dat ze zooveel meer wist dan de twee anderen.

De dammen, zag Fransje later, waren eigenlijk dijken, die een eind de zee in liepen. Ze waren gemaakt van heel groote steenen en in het midden van den dam stond een rij paaltjes. Op sommige daarvan zaten vogels, meeuwen, wist ze. Je kon loopen op den dam, maar je moest erg oppassen, dat je je voeten goed neerzette, want de steenen waren zoo ongelijk en het helde zoo.... „Geef mij maar een arm," zei Martha. Toen ging het beter.

Al verder en verder liepen ze. Nu waren ze eigenlijk in de zee. Verbeeld je, dat je nu je evenwicht eens verloor.. .

Sluiten