Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN UITVINDING

Kunt u mij niet een beetje helpen? Ik wil dien geest weg hebben!"

Geen antwoord.

De geest in bed ging rechtop zitten en begon aan de dekens te trekken. William stak een kaars aan naast het bed op het nachtkastje. De geest stak direct zijn vinger in de vlam, maar trok hem dadelijk terug. Toen probeerde hij het met het horloge, dat op het nachtkastje lag, legde het daarna tegen zijn oor en wees op William, zichzelf en het horloge.

„William, professor, horloge," zeide de jonge dokter langzaam. De geest herhaalde deze woorden, maar dan legde hij zich neder en sliep in.

William begon met zich zelf te overleggen, wat hij moest doen. — Ik moet het lichaam onaangenaam voor hem maken, dacht hij, maar hoe? Zijn schoonvader had geen al te best hart meer, proefnemingen zouden wel eens gevaarlijk kunnen zijn. Ik zal naar het laboratorium gaan, besloot hij, en daar eens zien naar de aanteekeningen van den professor, misschien vind ik iets.

Maar William vond niets. De aanteekeningen waren zoo door elkander geschreven, dat hij er in dien korten tijd niet uit wijs kon worden.

De rest van den nacht waakte hij bij den schaduwmensch in het gestolen lichaam. Hij besloot, den geest op te voeden om daarna met hem te kunnen redeneeren. En het ging tamelijk gauw, de geest was zeer begaafd. Hij leerde den volgenden dag reeds spreken, maar hij bleef ondeugend, ja was zelfs boosaardig. Hij brak veel mooi porselein, spuwde naar den knecht en wilde Anne Mabel te lijf.

Maar de hond! Dat was heel vreemd.Max, de hond, scheen hem te kennen, want telkens kwam het beest naar hem toe en gromde gevaarlijk, met al zijn tanden bloot. De geest zocht een stok en vond dien in de gang, en nu werd het een stille strijd tusschen den geest en den hond. Soms zat Max plotseling luid huilend in de gang en William begreep, dat de hond zijn eigen meester in de nabijheid voelde. Doch dit janken en huilen maakte «den geest» woedend en met moeite werd Max beschermd.

Sluiten