Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN UITVINDING

haar niet. „Dus toch is de geest nog in het kind," bromde de jonge dokter.

Plotseling.... een verblindende bliksemstraal, een ratelende donderslag.... Het kindje kwam bij en lachte tegen haar moeder. Tusschen William en den professor stond de nevelige wolkachtige mensch.

,,Er uit!" schreeuwde de oude heer en greep zijn handles. Ineens zagen William en Grace den boozen geest duidelijk. Hij stak zijn rollige armen naar het kind uit en scheen zich te vergeefs aan de meubelen te willen vastgrijpen. Door een onzichtbare electrische kracht werd hij getrokken naar den ontvanger.

„Kijk!" riep Grace, „zien jullie welk een vreemde nevel naar het toestel zweeft? Kijk, kijk! — O, nu is het weg...."

„Ja," zeide haar vader, „God zij dank weg, en voor goed. We leven in een wondere wereld, overal sluipen schaduwen om ons heen, boozen en goeden, en dikwijls is het beangstigend om een mensch te zijn. Misschien.... wie weet. ... gebruiken wij de geheime krachten verkeerd. Ik zelf zal tenminste geen uitvindingen meer doen en de geheime natuurkrachten niet meer verzoeken."

Des middags brak hij zijn gansche apparaat af en verbrandde de aanteekeningen en becijferingen.

„Waarom doet u dat, papa?" vroeg Grace ernstig,

„Ik ben bang, lief kind," antwoordde de oude professor, „dat zij op een of anderen dag een «zonderlingen» geleerde in handen zullen komen, als ik zelf een «schaduw» ben geworden. Daar moeten wij, die een tipje van den sluier hebben opgelicht, voor oppassen."

Sluiten