Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLA MORGENROOD

Je weet niet, hoe ik tegen 't leven sta, het leven, dat je nu eenmaal leven moet.

— Dat schijnt zoo. Jij, die Perk leest en Kloos, die gevoelig bent voor Mozart en Beethoven....

— Wat zegt dat?

— Dat zegt alles — alles!

— Maak je de liedjes voor me? vroeg Til, plots op het uitgangspunt van hun gesprek terugkomend.

— Liedjes? vroeg Gerard verwonderd; dan zich herinnerend — o ja, liedjes.

— Ja, ja, zei Jo snel, — die maakt hij hoor, en met een vlugge greep griste zij het geld van de tafel, borg het tusschen haar bloes.

Gerard keek haar verstomd aan. Waar bemoeide zij zich mee? Was 't al niet erg genoeg, dat hij zich vernederen moest, als de nood 't hoogst was? Schreef hij dan al geen dingen genoeg, waarvan hij als de maker niet genoemd wilde zijn? Nu de nood minder neep, nu er verdiensten waren, moest hij nu nog.... ?

Een verdrietige trek groefde hem om de mond. Die vrouw

ook die begreep niets och, die begreep niet, hoe

die lorreboel hem hinderde.

— Anderen graag, zei Til zoo bij haar neus langs. En anders heeft Marcel van Wijk wel voorraad. Die verkoopt wat graag.

— Nee, hij maakt ze wel geloof me, Til, pleitte Jo.

Gerard haalde de schouders op. Hij stond voor het raam

en keek over de daken ter overzij naar de hemel, waarvan het blauw al zoo verbleekte.

Hij moest zich vernederen alweer m'n god, alweer. En van Til verwachtte hij zoo iets anders. Maar misschien later nog later. Nu was ze verbitterd door het

lot. Dat zou wel veranderen. Als 't eerst maar wat verleden was, zou de oude natuur wel weer boven komen.... zou

ze zelf wel begrijpen Nee, z'n vrouw dat die hem

niet begreep! Dat geld ja dat geld! De duivel zit in het

geld. Voor geld kocht je alles ook zielen ja ook

zielen. En zoon verkochte ziel voelde hij zich nu. Een

Sluiten