Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

662

DE EER VAN HET GESLACHT

Pieter: Ja, ja, voorzeker. Zooals je zegt, Amalia

precies.

Amalia: Dus de geest

Pieter: Juist. In den geest hebben wij de weerspiegeling te zien de eeuwige weerspiegeling

Amalia [schrijvend): Ah ja dan had ik 't toch....

Pieter: En.'... e Amalia dan wilde ik je

nog Als 't je niet al te veel ophoudt?

Amalia: Weineen, spreek gerust. Ik acht het mijn plicht altijd voor een ander mijn tijd beschikbaar te hebben, al kom ik zelf eiken dag te kort.

P i e t e r: Ik weet het, Amalia. Je bent een buitengewone vrouw. Niet alleen een intellectueele, maar ook een edele vrouw.

Amalia: Je waardeering is een andere dan die van Papa, die daarstraks zijn minachting voor vrouwen in 't algemeen ook op mij betrok. Denk je dat hier in huis iemand eenig be grip heeft van wat mijn ziel bevat?

Pieter: Men onderschat en miskent je, Amalia, ik weet het. Maar dat is nu eenmaal het verheven lot van ons die de geestelijke bloem der natie zijn.

A m a 1 i a: En dan te denken, dat Papa zijn trots en zijn verwachtingen stelt op een jongen als Dick en zijn familieeer afhankelijk stelt van diéns succes als voetballer of als paardenrenner! Terwijl in mij, zijn dochter — ik zeg het in alle bescheidenheid — het intellect bloeit, dat hooger roem in zich draagt dan alle wereldsche ij delheden.

Pieter: Je hebt 't dan ook wèl slecht met je familieleden getroffen. Niet éen, die of is er misschien bij je

broer Paul wat meer waardeering? Hij is tenminste

student in de letteren en bij hem zou dus eenig begrip van geestelijke waarden kunnen worden verwacht.

Amalia: Daarvoor is hijzelf te onbeduidend, te leeg, te weinig vergeestelijkt. Hij komt niet verder dan tot de ingebeelde zelfverheerlijking, die hem zijn mislukte gedichten schrijven doet.

P ie ter: Er sprak tenminste niet veel zelfkritiek uit de uitgave van dien bundel.... geen geestelijke ondergrond en

Sluiten