Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK VAN HET TOONEEL

751

als hij Jacques dwingt om in den spionnage-dienst te treden, en die van Jacques met den Professor, als hij op diefstal betrapt is, waren meesterstukjes, warin Flatow en Hiller op dezelfde hoogte stonden als Moïssi zelf.

Een verheugenis, welke de opvoering van »Die andere Seite« (»Journey's End«) bracht, was de ervaring, dat, zelfs al speelde Moïssi hier de rol van Stanhope, die Johan de Meester Jr, niet heeft aangekund, de herinnering aan voortreffelijke Nederlandsche voorstelling van »Het Ver. Tooneek er niet door werd uitgewischt. Osborne en Trotter werden door deze Duitschers zeer goed gespeeld, maar niet beter dan door onze Nederlandsche acteurs Verkade en Huf, en was de kok van Erwin Parker al uitmuntend, die van Frits van Dijk, hoewel anders, was het niet minder. Zelfs de Raleigh van Nel Stants, al had deze het nadeel van «travesti» te spelen, blijft na die van Thoms, die op haar vóór had werkelijk een jonge man te zijn, nog levend in de oude herinnering staan. Wat bleek deze Thoms overigens een veelbelovend jong tooneelkunstenaar! Onvergetelijk was van hem het terugkomen van den jongen Raleigh van den uitval. Nel Stants deed het gillend en kermend van verschrikking, wat voorzeker óók een mogelijke opvatting is, maar Thoms maakte in dat moment nóg meer indruk van afgrijzen door een zwijgend van ontsteltenis stil staren en een nerveuse vingerbeweging, die méér jammer uitte dan luid gillen het ooit had kunnen doen. Ook in alle andere stukken bleek dit gezelschap uit Münster een zóó goed ensemble uit te maken, onder zulke opperbeste regie, dat het niet eens een Moïssi behoeft om hier altijd welkom te zijn. Het zal dan ook een paar voorstellingen zonder Moïssi geven, die ik later wel eens nader hoop te bespreken.

Als een bizonderheid vermeld ik nog even iets van de tooneeltoestanden in een (overwegend katholieke) stad als Münster. De stedelijke autoriteit geeft daar den Directeur van het Stadttheater de vrije beschikking over den stadsschouwburg, vrij orchest en technisch personeel en verlichting, en heft géén vermakelijkheidsbelasting. Daarentegen krijgt de Directeur géén subsidie, en moet niet alleen een tooneelgezelschap in den schouwburg doen spelen, maar ook een Opera- en een Operettegezelschap. Directeur-Intendant Bernau speelt het klaar, zonder subsidie, maar overigens onder deze gunstige voorwaarden, het bestaan van zijn veelomvattende zaak niet alleen te verzekeren, maar zelfs eenigszins winstgevend te maken.

Sluiten