Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEVEN ZONDER ANTWOORD

Het portret is bleek geworden, net als de herinnering. De overmoedige glimlach is verkleurd, alleen de oogen schijnen scherper te zijn gebleven dan het overige, door een vreemde speling van het lot, of van het fixeerbad van den fotograaf.

Ik kijk er weer eens naar, ik neem het uit de lade, het ontroert mij toch weer je zoo te zien, meesterke, maar de ontroering is anders geworden. De kwajongensachtige begeerte van een jaar geleden is weg. Ik behoef niet meer geheimzinnig te doen met je portret, het staat op mijn bureau, geleund tegen een brievenweger, en als ik wilde zou ik het daar kunnen laten staan. De huisjongen, die het schrijfbureau in mijn werkkamer 's morgens luchtig afstoft met zijn boeloe-ajam, zou het niet eens merken. Eén van de kinderen, Jan of Tineke, zou misschien vragen, wanneer zij 's middags of 's avonds zoo eens even bij mij kwamen staan, terwijl ik nog wat zit te werken: »Hé, wie is dat?«, en dan zou ik allicht wel iets vinden van een kennis uit Holland of één van die vage antwoorden, die de vlugge kindergeest gedachtenloos meeneemt, als een vliegende vogel een insect.

Ik zou je portret, dat kleine stukje karton dat een rol in mijn leven heeft gespeeld, daar rustig kunnen laten staan, en er zou niets meer in mijn leven veranderen. Het zou alleen wat sneller verbleeken dan wanneer het in de donkere lade ligt bij de brieven, die ik een half jaar geleden van mijn kantoor meebracht naar mijn huis met het plan, die daar te vernietigen.

Ik heb die brieven niet verscheurd of verbrand, evenmin als ik het portret verbrand heb, omdat het allemaal geen zin meer had.

Je hebt het begrepen, nietwaar meestertje; met je wijze oogen heb je het al begrepen: Heieen is dood. Zeven maanden is het alweer geleden dat zij gestorven is. Zij moest een zware operatie ondergaan, en, je kent die ironie van de wetenschap: de operatie is prachtig geslaagd, maar — de patiënt is gestorven.

Ik dacht dat we de laatste maanden voor haar dood gelukkig waren. Ik was jou gaan vergeten, na dat malle incident met Greta Wakkers. Dat had me de relativiteit geleerd

Sluiten