Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EER VAN HET GESLACHT

zal ik nog.... Je begrijpt wel hoe vol we zijn. Dat je ons zulk een geluk hebt bereid!....

Vee der: Jonge vriend, ik reken het me tot een éér de hand te mogen drukken van een van Neerland's groote mannen.

Toto: O Paul, vindt je 't niet dol-zalig? Wat ga je doen met al dat geld? Hè, als ik [snoept)

Ida [vriendelijk-uerwijtend): Maar dat je het ons verzwegen hebt.... foei! Nu moesten we 't van meneer Veeder hooren.... je eigen ouders!

Hendrik: Ja, je had 't ons waarachtig wel 't eerst mogen vertellen, zou ik zeggen.

Amalia [over haar lectuur, lacht nu en dan halfluid spottend voor zich heen).

Paul: Ik denk dat dat m'n nederigheid was. Verkapte hoovaardigheid dus. Zooals u ziet: alweer 'n karakterfout.

Ida: Ach nee. Nu mag je niet zoo met jezelf spotten. Ik wil vandaag geen kwaad hooren van mijn zoon, nu hij ons zulk een groote vreugde heeft bereid.

P a u 1: Lieve Mama, laat me u mogen zeggen, dat u die vreugde alleen aan de heeren Jury-leden dankt, die uw zoon uit den grooten hoop pikten. Hij schreef alleen een bundeltje gedichten.

Hendrik: Ho, ho! Maar als die gedichten niet iets héél bizonders waren....

Vee der: Juist, juist! Dat wou ik ook maar zeggen!

Paul: Ze zijn nog precies hetzelfde als vóór de bekroning.

Hendrik: Nu ja, maar.... e.... toen wisten we nog

niet wat we eraan hadden, nietwaar?

Pa u 1: En nu?

Ida: Maar jongen, wat 'n vraag! Iets waar je dat mee bereikt! Zoo'n bedrag.... duizend gulden voor een boekje gedichten! 't Is ongeloofelijk!

Hendrik: En de eer! De glorie! Je bent opeens een beroemd man! Bijna als een.... 'n eerste-prijs-winnaar in de groote wedstrijden, vu 6

Sluiten