Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLA MORGENROOD

XXI

— Dan niet.

Gerard schoot in z'n jas, drukte de hoed op het hoofd. Even draalde hij, als dacht hij nog iets te zeggen, maar hij bezon zich en rukte de deur open.

— Dan maar niet, bromde hij. Waarachtig, wat kon hij meer? Als ze dan toch niet wou. Hij gaf zich moeite genoeg haar mee te lokken, maar ze wees stugj es af, bleef liever thuis. Mocht ze dan huis blijven, hem werd het er te eng, hij moest wat stappen.

Langzaam daalde hij de trappen af, stond nu buiten, turend naar de wintersch-heldere lucht waarin de zon een bleeke schijn verspreidde.

— Koud hè?

't Was Cöba, die onder een groote wollen doek over de sneeuw aangetrippeld kwam. Ze deed even een boodschap in 't winkeltje aan de overzij en had daarvan een pimpelpaars neusje, wat clownachtig-grappig stond op 't smalle, geel-grauwe gezicht.

— Zoo erg?

— 't Vriest bar, betuigde 't oudje en knuffelend de magere handjes onder h'r wijd wollen beschutsel, ging ze binnen, flapte de deur toe als volgde een rasse vijand haar op de hielen.

Gerard lachte even, Frisch was het wel, maar zooals Coba 't voorstelde niet. Maar 't oude bloed klopte zoo vlug niet meer, dat was het. Hij duwde de handen in de zakken en stapte op. Hij zou wat zon zoeken, ginder vlekte een groot gouden vierkant aan de hoek. Rrt! daar gleed hij, viel bijna. Hij paste niet op. Daar hadden de jongens een glijbaantje gemaakt, als een spiegel zoo glad. Vreemd dat er niemand gebruik van maakte — nu ja dan hij. Ah, daar kwamen al een paar rakkers, lachten om de gaten, die hij in de lucht sloeg. Voorzichtig nu — maar liever over de witte, korrelige sneeuw verder. Je kon hier en daar een schuivertje maken en hij hield zijn leden graag

Sluiten